
Raad kiest unaniem voor analyse gemeentelijke financiën
Politiek Persberichten Politiek
Het CDA diende vorige week tijdens de raadsvergadering een motie in om gebruik te maken van het aanbod van de Provincie voor een zogenaamde ‘taakveld-analyse’. In een dergelijk onderzoek worden de financiën van Voorschoten vergeleken met andere gemeenten van dezelfde grootte. De motie werd medeondertekend door GroenLinks, PvdA, VVD en Voorschoten Lokaal en is unaniem aangenomen.
Al langere tijd luiden veel gemeenten en niet alleen de kleinere, de noodklok over hun financiële positie. Het Rijk schoof de laatste jaren veel nieuwe taken op het bordje van gemeenten, zonder hen daarbij extra middelen toe te kennen.
“Onze gemeente kent hoge lasten. Straks komen er wellicht grote uitgaven voor belangrijke voorzieningen aan. Denk daarbij aan het zwembad of het openhouden van gymzalen”, zei CDA-raadslid Van Oostrum. “Voorschoten staat in de top tien van de hoge inwonerslasten. Waar geeft Voorschoten dan meer geld aan uit als je ons met andere gemeenten vergelijkt? Meten is weten! Daarom staat de CDA-fractie positief tegenover dit aanbod van de provincie.” Hij betoogde ook nadrukkelijk veel vertrouwen te hebben in het financiële beleid van de wethouder van financiën Hans van der Elst, die er in zijn woorden “helemaal voor gaat”.
Wethouder Van der Elst stond niet onsympathiek tegenover dit voorstel. Tegelijkertijd stelde hij dat de uitvoering van zo’n taakveldanalyse beslist óók ambtelijke capaciteit van Voorschoten zelf vergt. Die capaciteit is er voorlopig niet, aldus de wethouder en moet daarom worden ingehuurd. Dat betekent weer extra kosten voor de gemeente. Bovendien kost een dergelijk onderzoek tijd. Het is volgens hem niet te verwachten dat de gemeente de resultaten van deze analyse al kan betrekken bij het opstellen van de komende begroting 2026-2029.
In de unaniem aangenomen motie wordt het College verzocht de gewenste taakveldanalyse bij voorkeur nog vóór de behandeling van de kadernota, de plannen voor 2026, maar uiterlijk vóór de behandeling van de programmabegroting 2026 op te leveren.








