Marjolijn Eshuis
Marjolijn Eshuis

Achterstelling, belangrijke oorzaak van conflict

Algemeen

Premier Schoof sprak over ‘een integratieprobleem’ als verklaring voor de rellen in Amsterdam. Klopt dat? Onderzoeker Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP): “veel jongeren met een migratieachtergrond hebben niet het gevoel dat ze een volwaardig onderdeel van de maatschappij zijn. Dat komt doordat ze vaak niet als burger worden gezien, maar als deel van een etnische of een religieuze probleemgroep.”

Door Marjolijn Eshuis

Er zijn gescheiden werelden, maar uit onderzoek blijkt dat de tweede generatie juist meer contact heeft buiten eigen kring. Dat is een verschil met de eerste generatie migranten, die vaak de taal niet goed sprak en vooral in eigen kring verkeerde. Migrantenkinderen hebben een hoger opleidingsniveau en vaker werk dan hun ouders. Toch groeit hun onbehagen. Degenen die beter geïntegreerd zijn ervaren vaker uitsluiting, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt of in het onderwijs.

Uitsluiting, het gevoel minder kansen te hebben en er niet bij te horen, remmen volgens het SCP sociale samenhang en vertrouwen in de overheid. “Dit benadrukt weer dat integratieprocessen niet los staan van discriminatie en uitsluiting. Bovendien merkt de tweede generatie meer van de politieke en maatschappelijke discussie over integratie, migratie, racisme en islam; hier en elders in de wereld”.

Schoof zegt dat hij bruggen wil slaan, dat we samen verder moeten. Als je problemen wil oplossen, is het belangrijk dat je geen groepen wegzet. Mensen, en vooral jongeren, krijgen dan het idee dat ze geen volwaardig burger zijn. Het draagt dus niet bij aan de oplossing. Dat betekent niet dat problemen als antisemitisme of intolerantie ten opzichte van lhbti’ers onbenoemd moeten blijven. De enige manier om mensen te laten integreren is ze te beschouwen als individu en ze serieus te nemen als burger. 

Dat strookt met mijn ervaring in conflictgebieden. In de kern zijn conflicten tussen groepen terug te voeren op achterstelling. Denk aan de religieuze- en etnische minderheden in het islamitische Pakistan. Of de moslim-minderheid en kastelozen in het hindoeïstische India. Zij zijn veroordeeld tot de minst aantrekkelijke banen, straatvegers, poepruimers, bedienden. De dominante groepen kijken op hen neer. Dat kwetst je waardigheid.