
Een Figarootje
Het wordt vroeg donker, het wordt kouder, het wordt winter. De winter die me doet denken aan een verhaal over de winter van 1944, toen mijn vader, die niet te werk was gesteld in de oorlogsindustrie, op pad werd gestuurd om boeren te gaan scheren.
Op een dag keerde hij terug van de boeren die richting Leidschendam gevestigd waren. Op de terugweg liep hij natuurlijk langs het alom bekende Kasteel Duivenvoorde. Het kasteel dat destijds geconfisqueerd was door de Duitsers en waar voornamelijk officieren verbleven.
Eén van die Duitse officieren riep mijn vader naar binnen: “Hé Friseur Könnten Sie mir razieren?”. Dat kon mijn vader wel, die vond dat wel lekker, want zo kon hij voor zichzelf ook nog een zakcentje verdienen zonder dat af te hoeven staan aan zijn vader.
Terwijl hij bezig was met scheren kwam de volgende officier al in de rij staan, en de volgende, en de volgende. Voordat hij het wist stond hij de hele avond door te scheren.
Zodoende kwam hij veel te laat thuis met volle zakken geld, die hij toch graag voor zichzelf wilde bewaren.
Toen zijn vader vroeg waarom hij zo laat was, zei hij dat hij alle boeren helemaal achter op hun land moest halen. Een smoes die het niet haalde, want, zo merkte zijn vader op, geen boer gaat met een meter sneeuw achter in zijn land staan! Met gebogen hoofd moest hij zijn geld inleveren.
Door het scheren van Duitse militairen kende mijn opa er op een gegeven moment een paar. Dat had zo zijn voordelen, want als hij in deze hongerwinter illegaal geslacht vlees naar het dorp wilde brengen, dan zagen de Duitsers dat door de vingers en gaven hem vrije doorgang door het kamp. Naast vlees ving hij ook vis door een wak te slaan in de Vliet en een net uit te hangen.
Gelukkig kunnen we deze winter wel in vrijheid leven, laten we dat ieder moment koesteren.
Figaro