
Een figarootje
Toen mijn vader zijn scheermes aan de wilgen hing begon hij een hengelsportwinkel. Echter, deze vorm van ‘van je hobby je beroep maken’ leverde weinig succes op. Wat wel een succes opleverde was het barretje in de winkel. Aan dat barretje zaten veelal vissers te pronken met hun vissersverhalen. Je weet wel, van die verhalen over het gevangen forelletje dat bij het bereiken van de bar al gegroeid was tot een snoek.
Afijn, het succes van het barretje maakte dat mijn vader de hengels aan de kant schoof en het bedrijf volledig tot horecazaak omdoopte. Zo werd de ‘BarBierBar’ geboren.
In de ‘BarBierBar’ werd ’s morgens de koffie verzorgd door een vriendin van de familie, waarna in de middag mijn vader broodjes en bitterballen serveerden. Terwijl mijn vader veelal achter de bar te vinden was, eigende mijn moeder zich steeds meer de rol op in de keuken. Ze deed het zo goed dat het steeds meer als haar barretje voelde.
Dat uitte zich ook in een incident met een beschonken man. De man begon zich steeds vervelender te gedragen, waarop mijn vader zei: ‘Joh, stop ermee, je hebt genoeg gehad, je wordt vervelend.’
De man bleef zitten en bleef zeuren om nog een drankje, waarop mijn vader weigerde en hem sommeerde om te gaan. Dat schoot de man, net als zijn drank, in het verkeerde keelgat: ‘Ik ga de tent hier verbouwen!’
M'n bar uit! Anders sla ik deze fles kapot op je hoofd!
Aanleiding voor mijn moeder om de keuken uit te stormen, een grote glazen fles te pakken en te roepen: ‘M’n bar uit! Anders sla ik deze fles kapot op je hoofd.’
De enorme man werd zichtbaar kleiner en verliet met zijn staart tussen zijn benen de bar. Mijn moeders bar.
Figaro