Afbeelding
Foto:

Leefdruk

Column Ingezonden

Afgelopen week was ik bij een coachcongres. Twintig procent van de Nederlandse werknemers heeft burn-outklachten. Bij werknemers tussen de 24 en 34 jaar ligt dit zelfs op 25 procent. Ik schrok ervan en vraag me af hoe dit percentage zo hoog kan zijn. 

Terwijl ik daar zat te luisteren naar de cijfers, voelde ik hoe absurd normaal we het zijn gaan vinden om voortdurend ‘aan’ te staan. Het is alsof we collectief zijn gaan geloven dat druk-zijn een vorm van deugdzaamheid is.

‘Tegenwoordig ben ik voetbalmoeder’, vertelde een van de dames uit een gespreksgroep van school. We lachten om haar verhaal, maar ondertussen neemt de vereniging het allemaal bloedserieus. Ingewerkt worden, een boete wanneer het elftal niet compleet is, uitslagen op tijd doorgeven—het lijkt soms meer op een projectorganisatie dan een sportclub. En toch doen we er allemaal aan mee. Want je wilt niet degene zijn die het laat afweten.

Systemen
Misschien ligt daar wel een deel van de oorzaak van die burn-outcijfers: de druk zit niet alleen op werk, maar ook in al die kleine systemen daarbuiten. Schoolapps die om middernacht nog pingelen, sportclubs met procedures waar je bijna een onboardingprogramma voor nodig hebt, sociale verwachtingen die nauwelijks onderdoen voor professionele KPI’s. Het is een web van verplichtingen geworden waarin rust steeds lastiger te vinden is.

Leunen
We praten veel over werkdruk, maar misschien kunnen we het hebben over leefdruk. Over hoe we onszelf verliezen in een eindeloze reeks rollen—ouder, collega, vriend, vrijwilliger. Daarbij gaan we snel voorbij aan de vraag van ons lichaam naar rust en stilte. Een vriendin zei laatst: ‘Leun maar even op mij.’ Zo heerlijk! Denk en doe wat vaker: laat maar, het hoeft even niet. Voor jezelf, je kind, je collega. Laten we onszelf en anderen de ruimte gunnen om het niet perfect te hoeven doen.

Nienke van Oeveren,
loopbaancoach