Het Voorschotens Kamerkoor e de muziekscnhool Otto Wolthuis zorgden voor een temperamentvol Zuidamerikaanse zang en muziek. Foto Nelleke de Vries
Het Voorschotens Kamerkoor e de muziekscnhool Otto Wolthuis zorgden voor een temperamentvol Zuidamerikaanse zang en muziek. Foto Nelleke de Vries Foto: NELLEKE DE VRIES

Klank en kleurrijk optreden Voorschotens kamerkoor

Het concert ‘Over the rainbow’ van het Voorschotens Kamerkoor in samenwerking met Muziekschool Otto Wolthuis trekt op zaterdag 15 november een bomvolle zaal in het Bondsgebouw. Het was een klank- en kleurrijk optreden voor het zichtbaar enthousiaste publiek.

door: Theo Knoester

De unieke combinatie van Kamerkoor en Muziekschool paste goed bij het gekozen programma met veel Zuid-Amerikaanse muziek. De gitaristen en kinderen met melodieharpjes van de muziekschool, ondersteund door drum (Harry Steenvoorden) en bassist ( Marten Sybrandy) vormden het orkest voor verschillende muziekstukken en de kooruitvoering van de ‘Misa Criolla’ van de Argentijnse componist Ariel Ramírez. Met deze muzikale ondersteuning zong het Kamerkoor samen met gasttenor Albert van Ommen onder leiding van dirigent Nico Hovius.

Het concert begon met een premiere: een kooruitvoering van het nieuwe Voorschotense lied: ‘De Parel aan de Vliet‘ (muziek Rob Balfoort en tekst Ine Duijnkerke). De muziekschool was in het eerste deel van het programma vooral aan zet. Het publiek kon mijmeren en meezingen bij het lied van Gerard Cox: ‘Het is weer voorbij die mooie zomer’. Verder werden o.a. ‘Mañana’, ‘Estudio’, ‘Lagrima’ en ‘Morining has broken’ uitgevoerd.

Het tweede deel van het programma zong het Kamerkoor ‘Time stands still’, ‘Somewhere over the rainbow’ en ‘Bella Ciao’. Als finale werd de ‘Misa Criolla’ gezongen. De zang klonk warm en spiritueel. Hierin ontmoeten twee werelden elkaar: de eeuwenoude liturgie van de katholieke mis en de rijke, ritmische klanken van Latijns-Amerikaanse volksmuziek. Geschreven in 1964, kort na het Tweede Vaticaans Concilie – waarin werd toegestaan om de mis in de volkstaal op te dragen – vormt dit werk een mooi voorbeeld van muzikale vernieuwing en culturele verbinding.Ramírez baseerde de compositie op traditionele stijlen zoals de chacarera, carnavalito en vidala, ritmes en melodieën die geworteld zijn in het leven van het Zuid-Amerikaanse platteland. Tegelijk blijft de structuur trouw aan de klassieke opbouw van de Latijnse mis: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei.

Een verdiend applaus voor de zangers van het Voorschotens Kamerkoor, alle muziekanten, Otto Wolthuis en dirigent Nico Hovius, die er in slaagde om de temperamentvolle zang en muziek tot een mooi geheel te brengen.