
Figarootje
De vorige keer hebben we het samen gehad over mijn moeder in de BarBierBar. Hoe ze daar in de keuken stond en niet schroomde om een uit de kluiten gewassen vent uit de zaak te gooien. Net als in de BarBierBar had mijn moeder in bijna alle gevallen de leiding. Mijn vader verzon vaak dingen, maar mijn moeder voerde het uit.
Dat was een bepaalde gemakzucht dat ook in de winkel tot uiting kwam. Hij verzon dingen en het personeel voerde dat dan uit. Tot er op een gegeven moment meer kapsels dan handen in de winkel waren. Het was druk en er moest personeel bijkomen.
M'n vader kwam met een creatief idee: mijn moeder moest het vak gaan leren
In die tijd, halverwege jaren ’60, was dat echter heel moeilijk. In Nederland waren er toentertijd slechts twee dagscholen voor het vak. M’n vader kwam weer met een creatief idee: mijn moeder moest het vak gaan leren. Zo is zij, naast haar verantwoordelijkheid voor het gezin, elke dag ’s morgens om 6 uur de trein op gestapt, naar Amsterdam, naar de dagschool. Zo heeft ze haar diploma binnengehaald. Zo begon ze uren mee te draaien in de winkel. Maar zo ontdekte ze ook dat ze zwanger was geworden. En zo was daar na negen maanden mijn zusje.
Toen mijn zusje op haar beurt een jaartje of 16 was, niet meer naar school wilde, maar wel iets met haar handen wilde gaan doen, vroeg mijn moeder: ‘joh, wil jij je zus in de kapsalon hebben’. Dat leek me niet handig. Een slecht plan. Ze was nog erg verlegen in die tijd. Toch, na een tijd, was ik bereid om het een kans te geven. Maar dan moest ze me niet zien als haar broer en dan zou het misschien kunnen lukken. De rest is geschiedenis, want mijn zusje heeft dertig jaar bij mij gewerkt en nu knipt ze mijn haar.
Figaro