
Heeft de jeugd
de toekomst?
We zeggen het wel eens: de jeugd heeft de toekomst. Maar klopt dat eigenlijk wel? De toekomst wordt vooral bepaald door de volwassen wereld. Hoe ziet de wereld van de kinderen en jongeren van nu er over vijftig of zeventig jaar uit?
Deze vraag komt bij mij naar boven als ik het nieuws volg over de bestrijding van de klimaatverandering. In 2015 werd in Parijs een internationaal verdrag gesloten, waarin vrijwel alle landen zich hebben verplicht om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2oC, als het kan tot 1,5 oC. Het is al een tijdje duidelijk dat we dat niet gaan halen. En het lijkt erop, dat we met de laatste klimaatconferentie in Braziliƫ ook niet veel gaan opschieten.
In 2021 hebben zes politieke jongerenorganisaties een klimaatmanifest aan de Tweede Kamer aangeboden. Zij benoemen daarin een lijst van prioriteiten, die met elkaar een stip op de horizon vormen. Zo wordt bepleit, dat Nederland een klimaatneutrale samenleving wordt. We gaan ervoor zorgen, dat we onder de 1,5 oC opwarming blijven. Er wordt flink geinvesteerd in openbaar vervoer, duurzame energie en woningisolatie. Productie wordt duurzamer en circulair. CO2-uitstoot wordt zoveel mogelijk teruggedrongen. De overheid helpt boeren met de overgang naar een kleinere veestapel en duurzame productie. Er komt een burgerberaad, om de inspraak in het klimaatbeleid te verbeteren. En niet alleen in Nederland. Mensen en gemeenschappen moeten wereldwijd kunnen meebeslissen over rechtvaardig klimaatbeleid.
De jongerenorganisaties hebben alle politieke partijen opgeroepen de punten van hun klimaatmanifest op te nemen in de partijprogramma's en in het regeerakkoord. Dat was in 2021, maar de oproep is ook nu nog actueel. Er is een regeerakkoord in de maak. Hopelijk zien we daarin de contouren van een lange-termijn-visie, die ook jongeren zal aanspreken. Het is immers vooral hun toekomst.
Fons Lemmens