Afbeelding

Figaro

Ik neem jullie mee naar de jaren 60. De tijd dat er een generatiekloof ontstond. De oudere generatie was opgegroeid met de normen en waarden van voor en tijdens de oorlog, terwijl de jongere generatie zich wilde los worstelen van oorlogen en van de keurslijven waar mensen in gedwongen werden.

Die generatiekloof was ook merkbaar bij ons in de zaak. Ouders schopten, bij wijze van spreken, maar soms ook letterlijk, hun kinderen de zaak binnen om een kapsel te halen naar hun eigen normen. 

Op een dag heb ik tegen mijn vader gezegd dat ik die niet meer wilde knippen, want als die kinderen groter worden en voor hun eigen kapsel moesten zorgen, dan zouden ze naar één plek niet gaan: de plek waar ze heen moésten toen ze jong waren.

De jeugd heeft de toekomst, zo zei ook mijn vader altijd en dus nam hij ook veel jong personeel aan. Tijdens het werken kwam daar een andere generatiekloof tot uiting. Namelijk in de keuze voor muziek. Hij wilde het liefst een soort Charlie Kunz, een pianist, met een soort liftmuziek, terwijl wij liever naar het hippere Hilversum 3 luisterden. 

We hadden in de winkel radiodistributie, met een draaiknop waarmee je kon schakelen tussen vier kanalen. Wanneer mijn vader de winkel uit was draaiden we de knop direct op Hilversum 3. Op een gegeven moment kwam mijn vader in een mindere bui binnen, ergerde zich aan de muziek, gaf de knop een gooi die bij toeval weer exact op Hilversum 3 landde. Alom hilariteit. Waarop mijn vader ontzettend boos werd en da radiodistributie een knal gaf. Vallend van de muur en bungelend aan het snoer was het nog steeds Hilversum 3 dat draaide. 

Jaren later toen ik met mijn zusje in de zaak stond en me ergerde aan haar muziekkeuze schakelde ik zelf van kanaal. En ja hoor , toeval bestaat niet, door de radio schalde ‘Papa ik lijk steeds meer op jou’. 

Figaro