Half april zullen de kasteeldeuren weer openzwaaien voor het publiek!
Half april zullen de kasteeldeuren weer openzwaaien voor het publiek! Foto: Hans Oostrum

Duivenvoorde dichter bij de dertiende eeuw

2026 is aangebroken! Voor Duivenvoorde is dit niet zomaar een jaar: het achthonderdjarig bestaan is aangebroken. In 1226 werd het landgoed voor het eerst genoemd in een officiële akte, toen Philips van Duivenvoorde het bezit in onversterflijk leen kreeg van zijn broer Dirk. Ik moet toch stiekem bekennen dat ik een moord zou doen voor die akte. Helaas is hij onvindbaar… en dat al een hele tijd. 

door Simone Nieuwenbroek,
conservator Kasteel Duivenvoorde

Al in 1951 startte baron Schimmelpenninck van der Oye, de laatste mannelijke eigenaar van Duivenvoorde, een zoektocht. In het voorjaar schreef hij het Rijksarchief met de vraag of men daar meer wist over de bewaarplaats van de akte, het oude familiearchief lag per slot van rekening daar. Helaas ving hij bot: ‘Het blijkt mij, dat het origineel hier niet aanwezig is, en ook nooit geweest is’, luidde het antwoord van de archivaris. ‘Het is jammer, maar mijns inziens bestaat er niet de minste hoop, dat de oorkonde ooit nog tevoorschijn komt.’ Een zorgvuldig uit kopieën overgeschreven versie van de akte voegde de baron vervolgens, samen met de correspondentie met het Rijksarchief, in een van zijn boeken in de bibliotheek. Historische sensatie alom toen we die kopie vonden afgelopen winter. En natuurlijk zal het een van de stukken die vanaf april in de tentoonstelling te zien zal zijn, tenzij de akte nog opduikt...

Gelukkig zijn er meer sporen uit die vroegste geschiedenis van het kasteel én zijn we met het ontrafelen van die sporen in het hier en nu druk bezig. Op dit moment wordt er in de kelders hard geboord, gezaagd en gehakt. Geluiden waar iedere conservator normaal wat nerveus van zou worden, maar het is voor de goede zaak! Achter de moderne pleisterlaag uit de jaren 1980 zou de oude donjonmuur tevoorschijn moeten komen. Een muur van de oude vierkante woontoren, opgetrokken uit grote bakstenen, zogenaamde kloostermoppen, van zo’n 28 bij 8 centimeter. Flinke joekels dus! 

De woontoren was het allereerste Duivenvoorde, het oude bezit van Philips en Dirk. In de loop van de eeuwen is rondom deze muur en op deze fundamenten werd langzaam het kasteel gebouwd dat ons allemaal vandaag de dag zo bekend is. De muur vormt nog steeds het hart van het huis en daarmee vormt de dertiende eeuw nog steeds het kloppend hart van Duivenvoorde. Wat zou het mooi zijn als we die voor het allereerst ook aan het publiek kunnen laten zien.

Intussen gebeurt er meer leuks op het kasteel. Wie jarig is trakteert en met die gedachte gingen Antoinette van Dorssen, directeur van Duivenvoorde, en ik vorige week op bezoek bij Jan en Irene, de oud-bibliothecaresse van het kasteel. We mochten hen als allereerste jubileumdonateurs een prachtig blauwwit porseleinen wandbord overhandigen dat we dit jaar samen met Royal Delft hebben gemaakt. Wie jubileumdonateur wordt krijgt dit bord met daarop een idyllisch negentiende-eeuws gezicht op het kasteel cadeau (en wordt uitgenodigd voor de speciale opening van het jubileumjaar). 

We hopen natuurlijk dat veel mensen Jan en Irene zullen volgen, want ondanks de steun die we van onder andere de gemeente, de provincie en een heel aantal fondsen hebben mogen krijgen, kunnen we nog steeds mensen gebruiken die hun steentje willen bijdragen aan het jubileumjaar. Mocht u benieuwd zijn naar de voordelen van dit bijzondere donateurschap, dan kan een kijkje op de website - www.kasteelduivenvoorde.nl/800 - geen kwaad.

Half april zullen de kasteeldeuren weer openzwaaien voor het publiek. Tot die tijd moet er nog een hoop gebeuren, maar het is alvast iets om ons op te verheugen! En over die muur… ik houd u op de hoogte!

Wie jubileumdonateur wordt krijgt dit bord met daarop een idyllisch negentiende-eeuws gezicht op het kasteel cadeau.
Wie jubileumdonateur wordt krijgt dit bord met daarop een idyllisch negentiende-eeuws gezicht op het kasteel cadeau.