Hofvliet lag ooit op de plek bij rode pijl. Kaart S.W. v.d. Noordaa uit 1839
Hofvliet lag ooit op de plek bij rode pijl. Kaart S.W. v.d. Noordaa uit 1839

De verdwenen buitenplaats Hofvliet

Er is geen prent of schilderij van de verdwenen Voorschotense zeventiende-eeuwse buitenplaats Hofvliet. We weten daarom niet hoe het er precies uit heeft uitgezien. Wel kunnen we aan de hand van de beschrijving van de goederen uit de bewaard gebleven verkoopakte van 1690 en latere verkoopaktes daar een beeld van krijgen. 

Jan Spendel

De bouwmode uit de Gouden Eeuw was klassiek en symmetrisch. Het zou mooi zijn als er ooit nog een prent of schilderij bij een kunstveiling of uit een erfenis (inboedel) opduikt. Hofvliet lag ten noorden van de Room-katholieke (schuur)kerk Sint Laurentius, ingeklemd tussen de Leidseweg en Vliet, ergens in het midden van de huidige Krimkade. De naastgelegen buitenplaats was Vredenhoeff, van de rijke familie De Graeff.  Hofvliet was eigendom van Cornelis de Nobelaar (1605), Heer van Cabauw, Grijsoord etc. Hij behoorde tot de selecte groep vermogende Katholieke edelen in Holland. Zijn familie had gekozen tegen Spanje en voor de Republiek en wist zo kapitaal en invloed te behouden. Cornelis was ook advocaat aan het Hof van Holland en woonde met zijn gezin in een patriciërs huis aan het Noordeinde in Den Haag. Hofvliet in Voorschoten werd gebruikt als zomerverblijf.
Als goed Rooms-katholiek ondersteunde Cornelis de Nobelaar financieel de schuil- of schuurkerk Sint Laurentius. Hij zal er zeker gekerkt hebben bij pastoor Van Schaick. Om dagelijks te bidden had hij op de bovenste verdieping van Hofvliet een kapel laten bouwen voor hemzelf, zijn vrouw Bartha Theus en zijn twee kinderen Cornelis en Maria.

De eerste historicus die melding maakte van de buitenplaats Hofvliet is L.J. van de Klooster. Dat deed hij als gastschrijver in het boek ‘Voorschoten Historiën’ uit 1971 van J. L. van der Gouw. Van de Klooster schreef: ‘Van de reeds lang verdwenen buitenplaats Hofvliet wordt reeds gewag gemaakt in een verkoopakte van 1690. De erfgenamen van Cornelis de Nobelaar verkochten toen de ‘hofstede met alle verdere getimmerten daaraan dependeerende (= daar bij horende) als orangeriehuis, stallinge, speelhuis aan de Vliet (= voor ontspanning en plezier), boerenwoning, tuinen en landen.

De nieuwe eigenaar was Johannes Meerman. Zijn erven doen het goed in 1720 van de hand aan Willem Schepers, raad van Rotterdam. Vanaf 1767 wordt Hofvliet herhaaldelijk verkocht tot het in 1787 gekocht werd door Mr. Pieter Jan Marcus, hoofdofficier van Leiden, eigenaar van het naburige Vredenhoef. Het landgoed werd toen bij Vredenhoef gevoegd en het huis waarschijnlijk afgebroken. Dat de tuinen om het huis weelderig in aanleg moeten zijn geweest, blijkt uit de vermelding in een verkoopakte van 1773 van de menagerie, tuinsieraden als beelden, vazen, stenen en aarden weckpotten, sphinxes, thermen, stoelen en banken. Mede is er sprake van een fontein in de eetkamer.’

Het totale oppervlakte van het landgoed Hofvliet bedroeg 27 morgen land, omgerekend ongeveer 23 hectare. Daarbij zat ook land bij van over de Vliet, onder Zoeterwoude. Er was een koetshuis en in de stalling konden 16 paarden. In de verkoopakte van 1690 staat dat de verkopers het altaar uit de kapel mogen uitbreken en meenemen. Kunstvoorwerpen en schilderijen maakten geen onderdeel uit van de verkoop, behalve het schilderij boven de schoorsteen, dat bleef hangen. Zou dat het schilderij zijn van Huize Hofvliet?

Pieter Marcus en zijn vrouw Ida Agatha Deutz legden na de koop en sloop van Hofvliet een gigantisch landschapspark aan bij hun buitenplaats Vredenhoeff. De slingervijver bij de Krimkade is daar nog getuige van. Wie bij de Krimkade staat en kijkt door zijn oogharen, ziet met enige verbeelding een prachtig park van een buitenplaats. Wat is Voorschoten mooi! Vandaag de dag is Hofvliet een straat in Starrenburg II.

Aquarel Andrea met zicht op Vredenhoef(f) 1837. Zo keek Cornelis De Nobelaer naar het mooie landhuis van zijn buurvrouw Alida.