Freule Ludolphine Henriette barones Schimmelpenninck van der Oye knipt zelf het lint door, Kasteel Duivenvoorde ging open voor bezoekers. Foto: SN
Freule Ludolphine Henriette barones Schimmelpenninck van der Oye knipt zelf het lint door, Kasteel Duivenvoorde ging open voor bezoekers. Foto: SN

Bijzondere bewoners van Duivenvoorde

We komen steeds dichter bij de opening van het jubileumjaar! Op 16 april zwaaien de kasteeldeuren weer open, en tot die tijd is het hard werken om alles in orde te krijgen voor een spetterende opening. Van het schrijven van de zaal- en audiotourteksten tot het in orde maken van bruiklenen en het schoonmaken van het kasteel, en zo’n beetje alles wat daartussenin zit. De jubileumtentoonstelling zal dit jaar gaan over acht eeuwen familiegeschiedenis; achthonderd jaar waarin de bewoners ieder met hun eigen blik op de toekomst het landgoed, het kasteel en de collectie veranderden én behielden.

Door Simone Nieuwenbroek,
Conservator Kasteel Duivenvoorde

In de loop van de eeuwen hebben 27 generaties uit de families Van Wassenaer, Steengracht en Schimmelpenninck van der Oye Duivenvoorde in beheer gehad. Aan dat ononderbroken familiebezit kwam in 1960 een einde toen Ludolphine Henriette barones Schimmelpenninck van der Oye het geheel overdroeg aan de nieuw in het leven geroepen Stichting Duivenvoorde. 

De freule had in 1957 geheel onverwacht haar broer verloren, met wie zij vanaf 1917 samen op het landgoed had gewoond. Beide hadden geen kinderen en om het voortbestaan van het oude familiebezit te waarborgen en te voorkomen dat er delen van het landgoed of de familieverzameling moesten worden verkocht om de hoge successielasten te bekostigen, moest zij een duurzame oplossing vinden. Haar moedige besluit? In 1963 zou Duivenvoorde haar deuren openen als museum waar de bezoeker mocht rondlopen ‘als in een woning die vol bruisend leven is geweest.’ De freule zelf knipte het lint door. Een bijzonder moment waar ik veel aan moet denken, met nog maar acht weken tot de opening.

En een woning, dat was het al die eeuwen, en zoals die van u en mij, die woning was niet statisch! Iedere generatie eigenaren paste het kasteel aan naar de mode van de tijd. Mijn favoriete bewoners in dit kader? Moeilijk kiezen, maar ik denk toch wel jonkheer Hendricus Adolphus Steengracht. In april 1874 gaf hij de gevierde Oosterbeekse kunstenares Maria Vos de opdracht voor hem vijf schilderijen te schilderen ter decoratie van zijn gloednieuwe Kleine Eetkamer in de Zuidvleugel van het kasteel. Boven de schouw kwam een jachtstuk, boven de deuren van het vertrek was plaats voor de vier jaargetijden. Op ieder schilderij schilderde Vos producten en objecten die specifiek waren voor het betreffende seizoen. De winter kreeg oesters, een hete theeketel en een paar Friese doorlopers, de lente verse eieren, de zomer witte asperges en bloeiende artisjokken en de herfst een kastanje, peren en twee raten sappige honing.

De correspondentie in het Duivenvoordse huisarchief over de vijf schilderijen maken de stukken extra bijzonder. Ze doen vermoeden dat zowel Vos als Steengracht een stem had in de voorstelling. Het idee van de seizoenen kwam van de jonkheer zelf. ‘5 zulke groote voorstellingen goed in verband te brengen is geen gemakkelijke zaak’, schreef Vos hem in april 1874. ‘Gaarne wilde ik Uw idee eene voorstelling der jaargetijden volgen, welzoo iets toch een zeker verband geeft aan het geheel.’

De voorbereidingen voor de opening van Duivenvoorde over twee maanden zijn een mooie kans om nieuwe verhalen uit te diepen, maar het is ook fantastisch om met frisse ogen te kijken naar de bijzondere bewoners die Duivenvoorde hebben gemaakt tot wat het vandaag de dag is. Want wat blijven die verhalen een feest om uit te mogen diepen…

Kasteel Duivenvoorde
www.kasteelduivenvoorde.nl

Werk in opdracht