
VOORSCHOTEN EERT AMBACHTSVROUWE
Onder deze kop deed De Omroeper verslag van het overlijden en de begrafenis van jonkvrouw L. H. Baronesse Schimmelpenninck van de Oye. Een indrukwekkende gebeurtenis die vele Voorschotenaren aangeslagen achterliet. Hier een verkorte versie van het pagina grote artikel uit de Omroeper van 15 april 1965.
"Voorschoten verloor, toch nog onverwacht, de 26e en laatste kasteelvrouwe en honderden vergezelden haar, op een zonnige lenteachtige dag in april, op haar laatste tocht. Een overvolle kerk, waarin dominee E. Saraber de rouwdienst leidde en een sobere plechtigheid op de hervormde begraafplaats vormden het afscheid van een vrouw die jaren lang in het midden van de dorpsgemeenschap woonde en bij velen respect en genegenheid verwierf: Ludolphine Henriëtte Schimmelpenninck van der Oye (73) Klokgelui weerklonk toen de kist met daarin het stoffelijk overschot van de Vrouwe van Duivenvoorde, Voorschoten en Veur in de dorpskerk werd geplaatst, en de tonen van het openingskoor van Bach's Matthäus Passion weerklonken. Psalmgezang en schriftlezingen gingen vooraf aan de prediking van ds. Saraber, die niet zonder bewogenheid leven en sterven van baronesse schetste.
De blik omhoog
In zijn predicatie memoreerde ds. Saraber: "Het was op een zonnige februari dag in 1957 toen de broer van onze kasteelvrouwe ter aarde werd besteld en op het kerkhof zei toen de barones tegen mij: "Kijk eens naar boven dominee, naar die strak blauwe hemel”. Dat, aldus de predikant, kenschetste de vrouw, zo is haar leven geweest - de blik omhoog. Zo stierf zij ook na maanden van ziekte en lijden. Zij droeg haar ziekte vanuit haar levensvisie die gestempeld werd door het christelijke geloof.”
De honderden aanwezigen in de kerk hoorden zijn woorden met ontroering aan. De dominee schetste Voorschotens overleden Vrouwe als iemand met een innemend karakter dat onaangetast bleef door haar kwaal waaronder zij leed. Terwijl orgelklanken door het kerkgebouw ruisten werd na de rouwdienst de baar, overdekt met bloemstukken, naar de groeve gedragen. Direct achter de kist volgde als representant van het Hof, mr. J.H.E. baron van Nagell. Drie koninginnen heeft de barones gediend. In 1928 werd zij hofdame van regentes koningin Emma daarna was ze dat van koningin Wilhelmina en sinds haar troonsbestijging koningin Juliana.
Aan beide zijden werd de baar geflankeerd door personeel, pachters en jachtopzieners van kasteel Duivenvoorde . In de stoet liepen voorts mee burgemeester en mevrouw De Kool, de wethouders Schrama en Dekker, gemeenteraadsleden, vrienden en verwanten van de gestorven freule. Namens de Stichting Duivenvoorde waren er de bestuursleden jhr.mr. D.A.W. Tets van Goudriaan, ir. B.D. van Schelven en de heer H.W, van Wijlen. Ook de architect die de restauratie van kasteel Duivenvoorde, het levenswerk van de freule, de heer E.A. Canneman was aanwezig.
Twee kransen
Twee kransen bedekten de baar toen deze werd bijgezet in de familie grafkelder achter de hervormde kerk. Er was een krans van roomwitte tulpen gezonden door Koningin Juliana en een bloemstuk van sierlijke orchideeën waarmee het personeel en oud-personeelsleden van Duivenvoorde hun kasteelvrouwe eerden. De broer van Voorschotense laatste kasteelvrouwe, mr. H.N. baron Schimmelpenninck van der Oye, burgemeester van Kloetinge, sprak tenslotte namens de familie een kort dankwoord en dankte voor de eer en nagedachtenis van zijn in heel Voorschoten beminde zuster.