
Ruben is met zijn team landskampioen rugby
Je zal maar 14 jaar oud zijn en al een landstitel op zak hebben. Voorschotenaar Ruben Schinck kan dat zeggen. Op 11 april jongsleden werd hij met de Haagsche Rugby Club landskampioen in de categorie Cubs (onder 14 jaar). Na een zwaar seizoen met verschillende fases werd de allesbeslissende finale in het nationale rugbystadion in Amsterdam gewonnen. Vol enthousiasme vertelt hij over het afgelopen seizoen.
door: Hans Douw
'Ik woon mijn hele leven al in Voorschoten in de wijk Boschgeest. Toen ik vijf jaar oud was ben ik lid geworden van HRC in Den Haag. Het was misschien logischer geweest als ik bij DIOK in Leiden of bij de British School was gaan spelen, maar ik kom uit een echte HRC-familie. Mijn vader speelde er vroeger, evenals mijn oom. Die laatste werd ooit in contact gebracht met HRC door Ton van der Loos, die een delicatessenzaak had in de Schoolstraat. Ik vond rugby meteen een leuke sport. De meeste vriendjes en klasgenoten zaten op voetbal of hockey, maar ik koos voor rugby. In de eerste jaren speelden wij met ons team vooral in de regio. Vanaf de Cubs speel je landelijk competitie. Wij trainen twee keer per week, daarnaast zit ik via het Leonardo op de Rugby Academy waar ik 4 keer per week train.
fysiek een stevige
sport maar met
onderling respect
Wat leuk is aan rugby, is dat het fysiek een stevige sport is, maar dat het onderling respect groot is. Het is niet de bedoeling om na een beslissing verhaal te gaan halen bij de scheidsrechter. Daarnaast is HRC gewoon een hele leuke club. Bij de jongste jeugd spelen alle niveaus nog gewoon door elkaar. Vanaf de Cubs wordt er geselecteerd. Den Haag is een flinke stad, waardoor HRC één van de grootste rugbyclubs van Nederland is.
Ons seizoen kende drie fases. In de eerste fase speelden wij met zes clubs een aantal wedstrijden om de krachtsverhoudingen te testen. Wij werden eerste, de onderste twee clubs werden daarna vervangen door sterkere teams. In de tweede fase speelden wij tien wedstrijden met zes teams. Nadat wij ook hier bovenaan eindigden, kwalificeerden wij ons voor de derde fase: de kruisfinales.
In de halve finale speelden wij thuis tegen Rotterdam. Wij moesten hard werken om te winnen. Dat lukte. Vervolgens mochten wij naar de grote finale op het Nationaal Rugby Centrum in Amsterdam, waar ook alle interlands worden afgewerkt. Dat was heel bijzonder. Wij gingen met een bus naar de wedstrijd en hadden een opkomst door de spelerstunnel het veld op, waar rookmachines stonden.
Ik was echt zenuwachtig. Tegenstander was het sterke Eemland uit Amersfoort. Dit seizoen speelden wij al drie keer tegen elkaar. Beide ploegen wonnen een keer, ook werd een keer gelijk gespeeld. In het begin ging de finale gelijk op, maar nadat wij in de tweede helft twee tries achter elkaar scoorden kwam de titel in zicht. Na het laatste fluitsignaal was het groot feest. De eindstand was uiteindelijk 25-17.
Het weekend voor de finale speelden wij een internationaal tweedaags toernooi in Brussel met teams uit Tsjechië, Duitsland, Engeland, Frankrijk en België. Ook daar pakten wij de hoofdprijs. Wij hebben een team met veel kracht en snelheid. Daarnaast is de saamhorigheid groot. Ik ga zeker door volgend jaar. Ik heb er heel veel plezier in!’