Afbeelding

Voor de beginnende lezer

De laatste weken voor de zomervakantie hebben altijd iets bijzonders in groep 2. Alsof er ineens van alles samenkomt. Waar letters eerst nog losse tekentjes waren, beginnen ze nu betekenis te krijgen. Kinderen zien woorden ontstaan. Ze ontdekken dat wat jij voorleest, ook echt “gelezen” kan worden.

Op tafel liggen boekjes zoals Fien telt tot tien, Pip, waar is de maan?, Een kus voor mijn zus en een vrolijk boek over het bos. Herkenbare verhalen, kleurrijke illustraties en vooral: taal die dichtbij kinderen staat. Precies wat ze nu nodig hebben om van letters een woord te maken.

Je ziet het gebeuren. Een kind wijst ineens een letter aan: “Dat is van mijn naam!” Een ander probeert een woord te verklanken. Nog niet helemaal goed, maar dat hoeft ook niet. Dit is de fase van ontdekken. Van durven. Van spelen met taal.


Kinderen
gaan woorden
zien ontstaan


Voorlezen speelt hierin een stille, maar krachtige rol. Door samen te kijken, te benoemen en te herhalen, groeit het vertrouwen. Kinderen voelen: ik kan hier iets mee. En misschien nog wel belangrijker: lezen wordt leuk.

Het mooie is dat het niet groot hoeft te zijn. Een boekje op schoot. Even samen bladeren. Een vraag stellen: “Wat denk jij dat er gaat gebeuren?” Of: “Zie jij een letter die je kent?”

En ineens… zien ze overal letters. Op een pak melk, een straatbord, in hun eigen naam. “Hé, daar staat een M!”

Voor je het weet, zijn ze begonnen.

Marinda Fischer