Afbeelding

De onmisbare onderwijsassistent

Onderwijsassistenten zijn goud waard in het onderwijs. Het is onverklaarbaar dat deze functie steeds meer op de tocht komt te staan. 

Onderwijsassistenten begeleiden kleine groepen, geven verlengde instructie en nemen werk uit handen dat nodig is om een schooldag goed te laten verlopen. Ze leggen materialen klaar en vangen een klas op als een leerkracht tijdens schooltijd een belangrijk gesprek moet voeren. Dat is nog maar een deel van het werk dat zij dagelijks verzetten. Alles gebeurt in nauw overleg met het team en de directie. In veel scholen zijn zij onmisbaar.
Wie het werk van dichtbij kent, weet hoeveel expertise het vraagt. Des te opvallender is het dat de functie in beleid soms nog zo klein wordt gehouden. In de opleiding is dat al terug te zien. Een stagiair loopt vaak mee met een leerkracht, terwijl dit vak beter naast een ervaren onderwijsassistent wordt geleerd.

Landelijk zie je dezelfde tegenstrijdigheid. De overheid wil leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften zoveel mogelijk in het reguliere basisonderwijs houden. Die ambitie wordt alleen maar groter, met als landelijke ambitie dat in 2035 de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt. Zonder onderwijsassistenten wordt dat een onmogelijke opgave. In de financiering zie je daar bar weinig van terug. Sterker nog, bij financiële tekorten is de onderwijsassistent vaak een van de eersten die sneuvelt.

Alsof dat nog niet genoeg is, duwt het lerarentekort onderwijsassistenten steeds vaker structureel voor de klas. Dat is een pleister op een slagaderlijke bloeding. Er wordt één gat gevuld, maar elders verdwijnt de ondersteuning die het verschil maakt. Dat is geen oplossing, maar georganiseerde armoede.

Zolang de onderwijsassistent in de praktijk onmisbaar is, maar in beleid inwisselbaar blijft, onderschatten we de waarde van deze functie.

Daniël Ponsen
www.danielponsen.nl