
Erfgoed met een blik
op de toekomst
De deuren van Duivenvoorde zwaaiden vorige week weer open voor het publiek. Na het officiële programma werd de openingshandeling, het doorknippen van drie linten en het onthullen van een grote banier op de voorgevel, op een wel heel speciale manier uitgevoerd. Drie familieleden van de oorspronkelijke eigenaren - Louise van Wassenaer, Jan Steengracht en Sweder Schimmelpenninck van der Oye - knipten drie linten door en onthulden daarmee het beeldmerk van het jubileumjaar: het kasteel in drie fases van zijn lange geschiedenis.
Met deze handeling is het jubileumjaar, en daarmee ook de jubileumtentoonstelling in het kasteel, officieel geopend voor het publiek. Wat hebben we lang naar dit moment uitgekeken, maar wat was dit een lastig verhaal om vorm te geven. Want als je kan kiezen uit achthonderd jaar aan prachtige, meeslepende en inspirerende familieverhalen, hoe zorg je er dan voor dat je niet een tentoonstelling samenstelt waar bezoekers dagen in rondlopen, en je niet een extra kasteel moet bouwen om al die verhalen in kwijt te kunnen?
Verbinding van het
verleden, het heden
en de toekomst
Uitgangspunt van dit jubileumjaar is het verbinden van het verleden, het heden en de toekomst. En laat dit nu net zijn wat al die generaties eigenaren op Duivenvoorde al sinds de dertiende eeuw deden.
Achthonderd jaar waarin Duivenvoorde met liefde voor de toekomst en eerbied voor het heden én verleden werd gekoesterd, werd aangepast en werd doorgegeven aan volgende generaties. Veranderen dus, met een blik gericht op de toekomst. Die toekomst kun je het beste bekijken staand op de schouders van voorouders, dat wisten de eigenaren maar al te goed.
Een object dat dit geweldig illustreert is het imposante en bijzondere zilveren koelvat, pronkstuk van de tentoonstelling. Voor dit verhaal moeten we terug naar het jaar 1704. Arent IX van Wassenaer en zijn echtgenote Anna Margaretha Bentinck vierden het jaar daarvoor de geboorte van een zoon. Groot feest, want hij zou als oudste zoon én stamhouder de erfgenaam worden van Duivenvoorde. Zij noemden deze zoon Jacob Jan Brilanus. Een bijzondere vernoeming die alles te maken had met de heldendaden van Arents voorvader Arent VII, die in 1572 tijdens het ontzet van Den Briel gevochten aan de politieke zijde van Willem van Oranje tegen de Spanjaarden. Ter gelegenheid van de doop van de kleine Jacob Jan én als herinnering aan de bijzondere historische band tussen de Van Wassenaers en de stad schonk de bevolking en het stadsbestuur van Den Briel het koelvat aan het echtpaar, vervaardigd door niemand minder dan de Haagse zilversmid Adam Loofs.
Veranderen betekende soms ook verdwijnen. Op de Overloop is de oude Heerenkamer van Hendricus Adolphus Steengracht voor één seizoen weer teruggebracht. In de jaren 1880 kocht hij bij een Haagse meubelmaker voor tienduizend gulden een eikenhouten betimmering. Compleet met goudleer, wapenvensters, porselein en de mooiste schilderijen creëerde hij zo een eigen rookkamer, waar hij, zo stel ik mij dan voor, in de avonduren heerlijk voor de haard zat met een glas cognac en zijn pijp in de hand. Op basis van twee historische foto’s is een deel van de kamer gereconstrueerd en krijgen we een beeld van deze kamer die tijdens de restauratie van de jaren 1960 verdween.
Nieuwe verhalen
samengebracht in een
nieuwe audiotour
Voor de tentoonstelling zijn twintig nieuwe verhalen samengebracht, waarvoor een gloednieuwe audiotour werd opgenomen, samen met Studio Starre. Bezoekt u het kasteel, sta dan met de audiotour in de hand vooral stil in het Prentenkabinet, een van mijn favoriete kamers dit seizoen, en droom voor even weg bij de originele geluidsfragmenten van de opening van het museum in 1963.
Simone Nieuwenbroek
Conservator Kasteel Duivenvoorde