
Kinderen en ouders laten zien hoe leuk taal is
Algemeen Regio nieuwsEigenlijk bestaat de VoorleesExpress al zo’n twintig jaar maar pas vorig jaar is het project in Voorschoten actief geworden. Vrijwilligers gaan twintig weken lang, één uur per week, naar gezinnen toe om voor te lezen en taalspelletjes te doen. Twee van hen, Angela Scheffers en Wil Niersman hebben onlangs hun eerste traject afgesloten onder begeleiding van Hanneke de Waal van de bibliotheek. Wat zijn hun ervaringen?
“De VoorleesExpress is een landelijk programma voor kinderen tussen de 2 en 8 jaar die moeite hebben met taal”, vertelt Hanneke. “Soms omdat hun ouders een andere taal spreken en soms omdat ouders minder taalgevoelig zijn. Maar taal is ontzettend belangrijk, of het nu gesproken is of geschreven, digitaal of ‘in het echt’. Je hebt het altijd nodig.” Scholen, kinderdagverblijven en peuterspeelzalen kunnen kinderen aanmelden voor de VoorleesExpress. “In Voorschoten zijn 15 vrijwilligers actief. Bij de start krijgen ze een tas mee gevuld met onder andere prentenboeken en materiaal om zelf taalspelletjes te maken zoals ‘memory’ en ‘wie ben ik’. Ook is er de VoorleesExpress app met tips voor de taalvrijwilliger. En natuurlijk kunnen zij hier in de bibliotheek weer andere boeken uitzoeken als dat nodig is. Het doel is om te laten zien hoe leuk lezen is en wat je ervan leert. Geen televisie, telefoon of laptop, maar gewoon je lekker verdiepen in het verhaal van het boek.”
Angela Scheffers las de oproep voor vrijwilligers in de nieuwsbrief van de bieb. Zij ging naar een Oekraïens gezin dat in het gemeentehuis woont. “Bewonderenswaardig hoor, een alleenstaande moeder met twee kinderen die al vier jaar op een kamer wonen. Maar ze was direct enthousiast en sprak ook al redelijk Nederlands. Haar zoon is 8 jaar en met zijn drieën zaten we elke woensdagmiddag in de voormalige Basement want het beleid bij VoorleesExpress is dat er altijd een ouder of verzorger bij is. De zoon was best goed in technisch lezen maar ik kwam erachter dat hij de teksten lang niet altijd begreep. Zijn moeder zocht dan de woorden op in het Oekraïens zodat het voor hem duidelijk was. En daar leerde ik ook weer van, zo zoek je samen naar wat wel werkt en wat niet. Ik heb enorm geboft met mijn eerste gezin en het was echt heel leuk om elkaar beter te leren kennen. We hebben zelfs samen nog pannenkoekenweek gevierd, een Oekraïense traditie voorafgaand aan de vastentijd.”
Maar in het begin is het vaak even zoeken. Dat merkte ook Wil Niersman. Zelf afkomstig uit het onderwijs, kwam ze in een gezin met vier kinderen uit Jemen. “In het eerste gesprek merkte ik al dat de moeder vrijwel geen Nederlands sprak en de vader redelijk goed. Maar tijdens de lessen zat de moeder er bij en communicatie was af en toe moeilijk. Ik was er voor de jongste zoon van 6 jaar. In eerste instantie durfde hij me nog niet eens aan te kijken dus ik begon met praten en voorlezen. Langzamerhand kwam hij los, zeker toen we de taalspelletjes deden. Met memory en kwartetten kon ik hem uitdagen en dat vond hij geweldig, we benoemden elk plaatje en dat herhaalde hij. Al vrij snel raakte ook de moeder betrokken en leerde mee. Het is ontzettend leuk als je ziet dat een heel gezin profijt heeft van je werk.”
Na afloop van de 20 weken krijgen de kinderen een officieel diploma en dan is het aan de ouders. “Dat is niet altijd makkelijk, daarom hebben we een meertalige prentenboekencollectie met boeken in verschillende talen en tekstloze prentenboeken. Zeker in gezinnen waar meer talen wordt gesproken, ontzettend handig”, besluit Hanneke.








