
Wachten op het moment dat je niet meer bang bent
AlgemeenEr zijn van die dromen die stilletjes op de achtergrond van je leven blijven bestaan.
Een boek schrijven.
Een bedrijf starten.
Een video opnemen.
Je verhaal delen.
Jezelf laten zien.
Niet omdat je niet weet hoe het moet. Niet omdat je niets te vertellen hebt. Maar omdat je blijft wachten.
Wachten tot je zekerder bent.
Wachten tot je beter voorbereid bent.
Wachten tot je meer ervaring hebt.
Wachten tot de angst verdwenen is.
En juist daar ligt de valkuil.
Want dat perfecte moment komt meestal niet.
In mijn werk ontmoet ik regelmatig mensen die verlangen naar verandering. Mensen die iets willen creëren, iets willen delen of een nieuwe stap willen zetten. Wanneer we verder kijken dan de praktische bezwaren, blijkt het probleem zelden een gebrek aan kennis te zijn.
Veel vaker zit er een diepere angst onder.
De angst om beoordeeld te worden.
De angst om fouten te maken.
De angst om niet goed genoeg te zijn.
De angst dat iemand zal zeggen: “Wie ben jij om hierover te praten?”
Dat zijn geen kleine angsten. Het zijn existentiële angsten. Ze raken aan onze behoefte om gezien, geaccepteerd en gewaardeerd te worden.
De bekende existentiële psychotherapeut Irvin Yalom stelde vaak geen vragen over zelfvertrouwen. Hij was meer geïnteresseerd in wat er onder het gebrek aan zelfvertrouwen lag.
Misschien is dat ook een interessante vraag voor onszelf:
Waar ben ik werkelijk bang voor?
Want vaak ontdekken we dat we niet bang zijn om te falen. We zijn bang voor wat falen volgens ons over ons zou betekenen.
Dat we niet genoeg zijn.
Dat we niet belangrijk zijn.
Dat we niet thuishoren.
En toch zit daar een bijzondere paradox.
Veel mensen denken dat ze eerst volledig moeten zijn voordat ze iets mogen delen met de wereld.
Alsof je pas over moed mag spreken wanneer je nergens meer bang voor bent.
Alsof je pas over herstel mag praten wanneer je nooit meer worstelt.
Alsof je pas anderen mag inspireren wanneer je zelf alles op orde hebt.
Maar mensen verbinden zich meestal niet met perfectie.
Ze verbinden zich met echtheid.
Met iemand die onderweg is.
Met iemand die twijfelt, struikelt en toch verder loopt.
Met iemand die niet beweert alle antwoorden te hebben, maar wel eerlijk durft te vertellen wat hij of zij onderweg leert.
Misschien is daarom de belangrijkste vraag niet:
“Ben ik goed genoeg?”
Misschien is de belangrijkste vraag:
“Is er iets wat zo waardevol voor mij is, dat het zonde zou zijn om het niet te delen?”
Die vraag verandert alles.
Want dan verschuift de aandacht van jezelf naar wat werkelijk belangrijk voor je is.
En misschien ontstaat moed precies daar.
Niet op het moment dat de angst verdwijnt, maar op het moment dat iets anders belangrijker wordt dan die angst.
De Amerikaanse psycholoog Rollo May schreef ooit dat moed niet de afwezigheid van angst is. Moed is het vermogen om ondanks de angst in beweging te komen.
Misschien hoeven we dus niet langer te wachten tot we klaar zijn.
Misschien hoeven we alleen maar te besluiten dat wat we te zeggen hebben belangrijk genoeg is om gehoord te worden.
Ook als onze stem nog een beetje trilt.
Ook als we twijfelen.
Ook als we ons nog niet helemaal klaar voelen.
Want vertrouwen ontstaat zelden vóór de eerste stap.
Vertrouwen groeit terwijl we lopen.
Raheleh Tajic,
Homeopaat
Gezondheidscentrum Voorschoten
Multatulilaan 2b









