
Goede grondslag
Column IngezondenEinde van de zomer, de verkiezingen zijn over twee maanden en dus zijn de verschillende verkiezingsprogramma’s uit. Het programma van mijn eigen partij telt maar liefst 169 pagina’s. Is dat niet wat overdreven? Moet dat echt allemaal, zou u denken. Mijn korte antwoord: Ja, dat moet.
Verkiezingsprogramma’s zijn niet bedoeld als snelkeuzemenu’s met flitsende teksten. Ze zijn de onderlegger van een politieke partij: daar waar je je beleid en keuzes op baseert. Je kunt er ook onderhandelingen mee voeren, en het Centraal Planbureau kan er zijn rekenmachine op loslaten. Dan heb je in elk geval een idee van wat plannen kosten of opleveren. Zonder dat fundament is politiek nattevingerwerk en kan de kiezer niet goed vergelijken.
Toegegeven: een linkse partij kan soms verzanden in eindeloze details en beleidszinnen, maar al die pagina’s laten wel zien waar de keuzes liggen. Wonen, zorg, klimaat, onderwijs: dergelijke onderwerpen zijn te groot en raken iedereen. Dat kun je niet afdoen in een paar korte slogans. Daar hoort analyse, verdieping én kleur bekennen bij. Want politiek gaat niet om mooie of vage compromistaal als beginpunt, maar om duidelijkheid als basis: voor de kiezer, en eventuele formatie.
Natuurlijk zal de kiezer niet elk programma van kaft tot kaft doorspitten. Gelukkig maar, er zijn grenzen. Maar het idee dat er wél zorgvuldig is nagedacht, dat er cijfers achter staan en keuzes zichtbaar zijn, dat moet kiezers vertrouwen geven. Een uitgebreid partijprogramma is bovendien een teken dat een politieke partij de kiezer serieus neemt: niet met losse flodders, maar met samenhangende voorstellen.
Dus ja: 169 pagina’s zijn veel papier en veel woorden. Maar liever dat, dan wat loze kreten zonder duidelijke plannen. En waar je ook geen land mee kan besturen. Want ja, dat laatste moet nu echt gaan gebeuren. Mét inhoud én overtuiging
Arnold Posthuma- Politicoloog
en Raadslid PvdA








