
Ook in Voorschoten stolpersteine, dankzij René
Algemeen Regio nieuwsVoorschoten krijgt volgend jaar stolpersteine. Messing plaatjes die voor het huis van weggevoerde families worden gelegd als herinnering. ‘Er liggen er al honderdduizenden door heel Europa maar nog niet in Voorschoten’, vertelt René van der Heijden. Hij deed jarenlang onderzoek naar deze Voorschotense families en documenteerde alles.
De oorlog zit de 77-jarige in het bloed. ‘Ik ben in 1947 in Rotterdam geboren, speelde tussen de puinhopen van het bombardement en zag de stad herbouwd worden. Mijn vader vocht in het Nederlandse leger. Later werd hij opgepakt en naar de grotten van Peenemünde gestuurd waar hij aan de V1 en V2’s werkte. Veel kon hij niet doen, een beetje verkeerd inmeten was al een daad van verzet. Hij heeft het overleefd maar vertelde er niet veel over.’
Vijftig jaar geleden kwam René naar Voorschoten. Hij kreeg een baan bij ‘t Hofftlants Huys als hoofd technische dienst. De oorlog bleef hem fascineren. Hij las van alles, zocht op internet, keek films en documentaires en bouwde talloze maquettes van oorlogssituaties. Hij reisde naar oorlogsgebieden en kampen. Daar ontdekte hij de stolpersteine. ‘Het is een project uit 1995 van de kunstenaar Gunter Demnig. Ik wist dat er ook in Voorschoten Joodse en Roma en Sinti families zijn weggevoerd. Zij moesten ook een steen krijgen, vond ik.’ Hij begon met lezen van boeken zoals onder andere ‘Dorp in oorlog’ en ‘Zand over Acht’ van Leo van der Bijl maar ook ‘Achter verduisterde ramen’ van Ruud Braggaar.
‘Daaruit bleek dat er in 25 Voorschotenaren zijn weggevoerd’, gaat René verder. ‘Een deel is vermoord in kampen als Theresienstadt, Sobibor en Auschwitz. In mijn zoektocht heb ik ontzettend veel hulp gehad van de gemeente en kamp Westerbork. En een zoektocht was het. Neem alleen Solomon Marselis van de Donklaan 30. ‘Zijn naam is op verschillende manieren geschreven Marseles, Marselus en Marcelis. Ook stond hij geregistreerd als overlevende van Theresienstadt. Ik kwam er uiteindelijk achter dat Solomon bij de bevrijding weliswaar nog leefde maar enkele weken later overleed aan alle ontberingen.’
Op de Narcisstraat 1 woonde Mardachi Nayman. ‘Onlangs heb ik zijn zoon opgespoord, die is al flink op leeftijd. Op dat adres woonden ook Moritz Bottwin, Henriette Platz en Rosalie Bottwin-Platz. Zij waren gevlucht vanuit Bremen, daar liggen al stolpersteine voor hen. Aan de Oranjekade 61 komen twee stenen te liggen voor Mauritius. N. van Someren. en Lewise Polak. Mauritius was een halfbroer van Lewise. Zij deden alsof ze getrouwd waren. Ik ben nog op zoek naar de laatste rustplaats van Philip Kopuit. Hij zat ondergedoken op de Leidseweg. Maar Philip was ziek, angina pectoris, en medische hulp was er niet. Hij overleed en is in de tuin van het huis begraven maar waar dat precies is, weet ik nog niet.’
Er woonden ook Roma en Sinti in Voorschoten, zoals de familie Franz die aan de Papelaan een woonwagen hadden. ‘De moeder van Andreas Franz was een Zigeunerkoningin die in de jaren twintig overleed en met veel egards werd begraven. In Voorschoten is het gezin opgepakt. Vader, moeder en vijf kinderen zijn direct na aankomst in het kamp vermoord. Voor hen wil ik een stolpersteine voor het gemeentehuis laten neerleggen.’
Het ligt in de bedoeling om de stolpersteine volgend jaar, 80 jaar na de bevrijding te plaatsen. ‘Maar ik hoop op eerder’, zegt René. ‘Veel nabestaande zijn nu al zo oud. Ik wil ook graag de jeugd betrekken zoals mijn kleinzoon Ruben en ik hoop dat de Voorschotense basisscholen de stenen willen adopteren en voor het onderhoud zorgen!’








