Afbeelding

Ons tekort aan betaalbare woningen

Algemeen

Jongeren die bij hun ouders wonen; ouderen voor wie geen kleinere woning beschikbaar is; gescheiden ouders die geen huis in de buurt van hun kinderen kunnen vinden. De wooncrisis zit diep, en speelt een rol bij de verruwing in de samenleving. De vraag naar betaalbare en passende behuizing is enorm, en onze gemeente loopt achter.

Jarenlang was er in de gemeenteraad geen meerderheid om bij nieuwbouwprojecten tenminste 25% sociale woningbouw en voldoende betaalbare koopwoningen te realiseren. De PvdA deed daartoe voorstellen, die door de VVD en andere partijen geblokkeerd werden. Daardoor kon de wachttijd voor een huurwoning fors oplopen.
Een andere factor is de liberalisering van de woningmarkt. Tot 1985 subsidieerde de overheid betaalbaar wonen.
CDA Staatssecretaris Heerma zette eind jaren-80 nieuw woonbeleid op dat minder kostte maar wél voldoende woningen garandeerde. Corporaties werden verzelfstandigd; via huurinkomsten zouden ze tot in de verre toekomst kunnen bouwen. Het plan slaagde en de overheid bespaarde miljarden. Het was liberalisering met een maatschappelijk doel: sterke woningcorporaties.

VVD minister Blok zette de liberalisering in 2013 echter door met de verhuurderheffing, een belasting voor verhuurders van sociale huurwoningen. Die kostte de woningbouwcorporaties 12 miljard euro. De bedoeling was dat corporaties hogere huren inden en meer woningen verkochten. Dat gebeurde deels; het belangrijkste resultaat was dat de nieuwbouw halveerde, vanwege gebrek aan middelen. Tussen 2013 en 2021 daalde het aantal sociale huurwoningen met bijna 100.000.
Het kost tijd de verwaarlozing van de sector te corrigeren. Het college zegt een inhaalslag te maken: voortaan bestaan bouwprojecten uit minimaal 30% sociale huurwoningen en 35% betaalbare koopwoningen. ‘Voor wat betreft de jongste woningbouwplannen op gemeentegrond geldt: 100% sociale huurwoningen’.
Laat de gemeente(raad) zich daaraan houden. Dat helpt de wooncrisis op te lossen en de verruwing tegen te gaan.
Marjolijn Eshuis