Afbeelding
Foto:

Rollatorgebruikers gediscrimineerd

Column Ingezonden

Bij het aangaan van een  overeenkomst met een rollatorgebruiker zou gecommuniceerd moeten worden om (vermeende) moeilijkheden op te lossen.  Dat het nalaten hiervan kan leiden tot discriminatie, wordt duidelijk uit de volgende zaken.

Vrijwilliger bij een bridgekampioenschap
Een man  die zich in 2022 bij een bridgekampioenschap als vrijwilliger opgaf en een dag later meldde dat hijgebruik maakte van een rollator werd Vanwege  zijn rollatorgebruik afgewezen. Het College voor de rechten van de mens oordeelde dat hier sprake was van discriminatie. Dat zou alleen anders zijn als de rollatorgebruiker niet instaat zou zijn wezenlijke taken, behorend bij de vrijwilligersfunctie,  te verrichten. Maar de bridge-organisatie zou dan wel moeten uitzoeken of er doelmatige aanpassingen gedaan zouden kunnen worden. Alleen als deze bijvoorbeeld erg duur zouden zijn, hoefde de bridgeorganisatie ze niet te nemen.  

Busreis naar Zuid Engeland
In 2023 ging een vrouw naar het College voor de Rechten van de Mens omdat zij van een reisorganisatie alleen mocht deelnemen aan een busreis naar Zuid-Engeland, als ze een medepassagier meenam, dit omdat zij had gezegd dat ze voor langere afstanden gebruik maakte van een licht gewicht rollator.  De vrouw vond dat hier sprake was van discriminatie. De reisorganisatie argumenteerde dat de veiligheid van de vrouw, de medepassagiers en de buschauffeur in gevaar zou komen als ze alleen meeging. Het College oordeelde, dat er sprake is van discriminatie op `grond van handicap `als iemand vanwege diens handicap of chronische ziekte anders wordt behandeld dan anderen in een vergelijkbare situatie.` De rollatorgebruiker mocht in tegenstelling tot anderen alleen mee als ze een medepassagier meenam. Daarmee werd ze dus anders behandeld. Dat er een groter veiligheidsrisico was, als de rollatorgebruiker alleen meeging, achtte het College niet aannemelijk. Anders hadden er ook doeltreffende maatregelen getroffen kunnen worden om het risico te verminderen. Het College benadrukte dat de  reisorganisatie bij het aangaan van de overeenkomst met de rollatorgebruiker zou moeten vragen naar concrete bijzonderheden als bijvoorbeeld waarom de rollatorgebruiker een rollator nodig had. Conclusie: Geen standaardbehandeling voor rollatorgebruikers, maar elk geval apart bekijken.

Zie voor de uitspraken: https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-127 en https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2024-92

Marijke Osinga
Jurist en auteur