<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=voorschotensekrant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Logo voorschotensekrant.nl
Het teken van de barbiers, de rood-witte paal, hangt ook bij de kapperssalon van Jan Teske. Foto: Jules Perel
Het teken van de barbiers, de rood-witte paal, hangt ook bij de kapperssalon van Jan Teske. Foto: Jules Perel (Foto: )

150 jaar familie Teske in Voorschoten: Jan vertelt!

Kapper en barbier Jan Teske zit begin september 50 jaar in het vak. Tegelijkertijd viert hij dat zijn familie bijna 150 jaar ondernemer is in Voorschoten. In de aanloop naar dit jubileum vertelt Jan over zijn voorvaderen en over het kappersvak.

Voorschoten - Mijn familie komt uit Duitsland. Oorspronkelijk van de grens met Polen maar in in de 17e eeuw verhuisde men naar Hamburg. Toen werd de naam nog met sch geschreven, Teschke. In 1720 trekt de familie nog verder naar het westen en vestigt zich in Leiden. De ch verdwijnt dan en wordt het Teske. Betovergrootvader Elias Teske is geboren op 6 augustus 1837 als zoon van een kleermaker.

Het kappersvak is dan nog niet in de familie. In die tijd gaf men nog niet om uiterlijke verzorging. Alleen de adel deed dat. Over het algemeen was het de vrouw die mocht knippen en scheren. Vrouwen waren mentaal nog niet sterk genoeg om de man om zeep te helpen, dacht men. Ten tijde van de VOC veranderde de visie op verzorging. Zo voer er op de VOC-schepen al een chirurgijn mee die ook knipte en schoor en aan de wal was de chirurgijn herkenbaar aan de rood-witte stok, die staat voor bebloede bandages. Later eiste Napoleon van zijn manschappen dat ze er kort geknipt en geschoren bij liepen. Dat voorkwam niet alleen ziektes als ringworm en schurft maar ook luizen, vond hij. Uit het vak van chirurgijn is het vak van huisarts, apotheker, tandarts en barbier gekomen. En toen tijdens de industriële revolutie in de 19e eeuw de handtondeuse werd uitgevonden werd verzorging ook voor de gewone man betaalbaar.

Dat zag Elias ook. Hij had inmiddels een gezin maar kwam in Leiden niet veel verder. Op advies verhuisde het gezin in maart 1876 naar Voorschoten. Hij vestigde zich als kleermaker achter Het Wapen, in de Schoolstraat. Later werd hier het Greenway Theater gebouwd en nog veel later de Rabobank. Maar het was geen vetpot, boeren en arbeiders hadden het geld niet om kleding te laten maken. Om het inkomen aan te vullen begon hij daarnaast met knippen en scheren.

In 1884 verhuisde het bedrijf naar het straatje van Pigge, waar nu Va Bene zit. Dat pand kreeg hij van de armenzorg. Elias heeft daar maar twee jaar van mogen genieten, hij overleed in 1886, nog geen 50 jaar oud.

Zijn zoon, Elias Johannes, nam het bedrijf over en breidde het uit. Daarover meer in de volgende krant.


<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=voorschotensekrant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Meer berichten