Marjolijn Eshuis schrijft over de zorgelijke staat van het oppervlaktewater in Voorschoten. Foto: PR
Marjolijn Eshuis schrijft over de zorgelijke staat van het oppervlaktewater in Voorschoten. Foto: PR

Matige kwaliteit oppervlaktewater

Algemeen

De toestand van het oppervlakte- en grondwater is precair. Er zitten teveel zware metalen, bestrijdingsmiddelen, meststoffen en pfas in het water, waardoor meer dan de helft van de 216 Nederlandse drinkwaterbronnen vervuild wordt. In 80% van de kleine oppervlaktewateren is het water van matige tot slechte kwaliteit, daar valt ook een groot deel van het Voorschotense oppervlaktewater onder.

Dat laatste weten we al langer. De vereniging voor visserijbelangen (VVB) vraagt er al meer dan tien jaar aandacht voor. Onderzoek wijst uit dat ‘s zomers twee derde van het Voorschotense oppervlaktewater met de Ecoli-bacterie besmet is. De bacterie komt in darmen van dier en mens voor en wijst op een teveel aan rioolwater in het oppervlaktewater. Het overstorten van het riool, vooral aan noordkant van de gemeente, is hier grotendeels verantwoordelijk voor.

Dit heeft effect op de omgeving en de ecologie. De gemeente probeert de waterkwaliteit enigszins te verbeteren door het jaarlijks schonen en baggeren van het oppervlaktewater. Maar er is meer nodig: het stapsgewijs elimineren van de riooloverstort, het verbeteren van de doorstroming van het oppervlaktewater, overleg met eigenaren van water zoals het Hoogheemraadschap, en het aanbrengen van gescheiden rioolstelsels. Inwoners kunnen ook bijdragen door minder water te lozen op de riolering als ze hemelwater opvangen in een regenton en door minder water te gebruiken.

Jarenlang bleek de oproep van de VVB aan dovemansoren gericht. Sporadisch vroeg er een politieke partij aandacht voor; het was GroenLinks wethouder Lamers die hier als bestuurder het meest oog voor had.
Pas na een raadsbreed gesteunde motie op initiatief van de PvdA in november 2020 (nr. 165), die de gemeente opriep met een plan te komen ter verbetering van het oppervlaktewater, is het probleem hoger op de agenda gezet. Met daarbij ook de oproep aan het Hoogheemraadschap van Rijnland om met de gemeente een oplossing te zoeken voor adequate afvoer van rioolwater naar de zuivering.

De gemeente presenteerde als antwoord op de oproep in oktober 2021 plannen om de komende jaren toe te werken naar verbetering van waterkwaliteit in sloten en vijvers. Grootste knelpunten zijn een verouderd rioleringssysteem, een persleiding met onvoldoende capaciteit voor rioolwater afvoer, en competitie met buurgemeenten die voorrang hebben bij het afvoeren van hun rioolwater. Nieuwe woningen vergroten de druk op het riool, zo ook de klimaatverandering, de hoeveelheid neerslag dat in korte tijd valt neemt toe.

Een gescheiden stelsel voor de afvoer van hemel- en rioolwater betekent 60% minder lozing op het riool. Starrenburgh II, Krimwijk II, de Vlietwijk en het Vernedepark hebben zo’n stelsel. Bij de herinrichting van de Leidseweg Noord (Berbice-Piet Heynlaan) is een gescheiden rioolstelsel direct meegenomen, wat ook geldt voor de herinrichting van Adegeest. Het zou mooi zijn als dit binnen afzienbare tijd ook in Noord-Hofland mogelijk is.

Het is goed te zien dat de gemeente de kwaliteit van het oppervlaktewater nu hoog op de agenda heeft staan. De aanloop daar naartoe was lang. Niet nodig, gezien alle inspanningen van de VVB. De vraag blijft: hoe komt dat het zo lang duurt voordat men signalen uit de samenleving serieus neemt?

Goed water is van levensbelang. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft tot doel dat alle wateren in 2027 een goede waterkwaliteit hebben. Dat had al in 2025 bereikt moeten zijn, maar is op Nederlands verzoek uitgesteld tot 2027. Om de doelen te behalen is het noodzakelijk vervuiling te voorkomen, zoals door mest en riooloverstort. 

Werk aan de winkel dus, zodat de Europese Commissie geen boetes oplegt of de rechter Nederland (weer) dwingt maatregelen te nemen, met alle economische en maatschappelijke gevolgen van dien.

m.eshuis55@xs4all.nl
Twitter: EshuisMarjolijn