
‘Ik probeer alles eruit te halen’
AlgemeenLisanne Bunnig uit Voorschoten is nog maar net 16 jaar oud, maar ze werd al meerdere keren Nederlands kampioen in de dubbel. Samen met haar vaste partner Luna Dekker vormt ze een ijzersterk koppel. Die titels komen niet zomaar aanwaaien. Lisanne werkt iedere week een loodzwaar programma af. Reden genoeg voor een interview.
door: Hans Douw
‘Ik ben al heel vroeg begonnen. Toen ik vijf jaar oud was ging ik al mee naar de tennisclub. In de eerste jaren was het heel speels. We deden vooral spelletjes die de balvaardigheid bevorderden. Mijn ouders en mijn broer zaten ook op tennis, dus ik ging vanzelf mee. Na verloop van tijd ging ik wedstrijden spelen. Aanvankelijk was dat natuurlijk op een kleine baan. Toen ik zeven was in 2015 stapte ik over van de gewone groep naar de selectie. Ik kreeg vanaf dat moment training van Marcel Kokshoorn, die tot op de dag van vandaag mijn trainer is. De opbouw van de jeugd loopt via een kleurensysteem. Ik ging snel van rood naar oranje, groen en geel, wat feitelijk betekende dat ik al vroeg met zwaardere ballen op een groter veld ging spelen.
Twee jaar geleden werd ik geselecteerd voor de bondstraining bij de KNLTB. Dat betekende dat ik voor mijn trainingen naar het Nationaal Tennis Centrum in Amstelveen ging. Op veel (internationale) toernooien staat zowel het enkelspel als het dubbelspel op het programma. Onlangs ben ik met mijn vaste speelpartner weer dubbelkampioen geworden bij de Nationale Jeugdkampioenschappen in Wateringen. Wat ons sterk maakt, is dat wij echt als een team spelen. Veel koppels spelen meer als twee individuen. Dat wij goede afspraken maken en samen echt op de dubbel trainen, geeft ons voordeel. Wij hebben inmiddels vier keer de finale van een NK gehaald. Drie keer wisten wij de landelijke titel binnen te slepen.
Mijn service is een sterk wapen. Daarnaast beschik ik over een goede volley. Ik vind zelf dat ik nog wat stabieler moet worden. Ik ben onlangs een tijd geblesseerd geweest. Als ik meer uren maak, breng ik mezelf wel weer terug naar het goede niveau. Mijn weken zitten behoorlijk vol. Ik train tien keer in zes dagen. De maandag is voor mij een rustdag. Ik train zeven keer op de baan en drie keer fysiek. Daarnaast zit ik in 4 Havo. Ik zit op het Leonardo Da Vinci in Leiden. Dat is een LOOT-school, met speciale klassen voor leerlingen die aan topsport doen.
Ik heb heel veel te danken aan mijn trainer Marcel Kokshoorn. Veel van mijn leeftijdsgenoten die in de top spelen zijn al meerdere keren van club of van trainer gewisseld. Ik speel al mijn hele leven bij Forescate en heb tot dusver één trainer gehad. Marcel zorgt er steeds weer voor dat ik onder weerstand kan spelen.
Ik doe er veel voor en wil natuurlijk zover als mogelijk komen met deze sport. Ik probeer alles eruit te halen. Het vraagt overigens niet alleen veel tijd, maar kost ook veel geld. Ik speel regelmatig buitenlandse toernooien, die de nodige opofferingen vragen. Soms reis ik zonder mijn ouders, dan ga ik alleen met mijn trainer. Als er mensen zijn die op zoek zijn naar een talent om te sponsoren, dan kan ik ze helpen! Je kunt mij vinden op sociale media!’









