Afbeelding

Expositie Pieter Groeneveldt: de kunst van de eenvoud

Algemeen

Al twee keer eerder – in 2006 en 2013 – was er een expositie van werk van de beroemde Voorschotense keramist en aardewerkfabrikant Pieter Groeneveldt te zien in Museum Voorschoten. En nu, twaalf jaar later, vanaf 24 september tot en met 21 december, kunnen de bezoekers weer genieten van zijn werk, deels uit de collectie van het museum en grotendeels uit de collectie van drie kenners en verzamelaars van Groeneveldts kunst, Ron Bruil, Hein Schreuder en Bert-Jan Baas. De officiële opening van de tentoonstelling is op 27 september.

Door Jessica Smeenk

Het idee voor de inrichting van deze tentoonstelling ontstond enkele jaren geleden, vertelt museummedewerkster Izabela Dusseldorp-Olczak. Dat gebeurde naar aanleiding van een lezing van de drie kenners en verzamelaars over het onderzoek dat Bert-Jan Baas had verricht naar de echtheid van de stukken die als werk van Groeneveldt werden aangeduid. De lezing in het museum trok veel publiek.

De nieuwe expositie heeft als naam “Pieter Groeneveldt: de kunst van de eenvoud”. Groeneveldt (1889) wilde eigenlijk portretschilder worden en volgde daarvoor ook een opleiding, maar uiteindelijk ging hij keramiek maken, onder meer omdat hij geen goede vazen kon vinden voor zijn oriëntaals geïnspireerde bloemschikkunst.

Zijn eerste aardewerk maakte hij in de fabriek Amphora in Oegstgeest. Later werkte hij in zijn atelier in Wassenaar en vanaf 1927 in Voorschoten. In Voorschoten aan de Donklaan werd in 1938 de aardewerkfabriek Groeneveldt opgericht. De fabriek ging in 1973 failliet en daarna – in de laatste tien jaar van zijn leven – werkte Groeneveldt vanuit zijn huis in Voorschoten.

Groeneveldt hield niet van strenge lijnen. Hij vermeed harde egale kleuren en gaf de voorkeur aan levendige structuren. “Het mooiste vind ik een vloeiende lijn. Ik houd nu eenmaal van dodelijke eenvoud” is een van zijn bekendste uitspraken.

In de tentoonstelling zijn vooral unieke stukken te zien. Maar Groeneveldt maakte ook serie-stukken, vertelt Izabela. In de fabriek werden voornamelijk seriewerk en gelegenheidscollecties geproduceerd. Zo ontwierp hij bijvoorbeeld in 1962 een beker ter gelegenheid van het zilveren huwelijksfeest van koningin Juliana – veel van deze stukken bevinden zich in de huizen van inwoners van Voorschoten. Naast dit seriewerk vervaardigde Groeneveldt ook meer expressief kunstwerk, dat als unica werd gesigneerd. Een groot deel van de unicawerken ontstond na de sluiting van de fabriek, in zijn thuisatelier.

De kenners en verzamelaars die keramiek tentoonstellen op de expositie hechten er veel waarde aan dat deze periode van Groeneveldts werk de “Atelier-periode” wordt genoemd. Die laten de ware Groeneveldt zien.

Groeneveldt maakte een beperkt aantal potten als unica. Nadat er ruim tien jaar geleden ineens heel veel van dit soort potten te koop werden aangeboden begon een onderzoek naar de echtheid van die aangeboden stukken. Op de expositie is uitleg te zien over dit onderzoek. Sommige vervalste stukken waren voorzien van een Groeneveldtstempel aan de onderzijde. Maar door onderzoek naar onder andere de samenstelling van het glazuur werd duidelijk welke stukken echte Groeneveldts zijn.

Heel bijzonder is dat er in de expositie ook een plekje is ingeruimd voor de kleine oven die Groeneveldt in zijn eigen atelier gebruikte. Die oven is nog nooit eerder te zien geweest.

In de museumruimte is dank zij Ilse Pijper en Henry Berkhuizen van Keramiekatelier ClayGrond te zien hoe het proces van keramiek maken verloopt.


De expositie is tot 21 december te zien in Museum Voorschoten






Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding