Van Henriëtte Platz is nog een foto gevonden.
Van Henriëtte Platz is nog een foto gevonden. Foto: NELLEKE DE VRIES

Dat hun namen altijd blijven voortleven!

Algemeen Regio nieuws

Maar liefst drie stolpersteine werden donderdagochtend 3 september geplaatst bij het huis aan de Narcisstraat 1 door mevrouw Nitha van Oosten-Neuwahl. De stenen liggen er ter nagedachtenis aan Moritz Bottwin, Rosalie Bottwin-Platz en Henriëtte Platz. De drie werden in Sobibor vermoord. “Zij hebben hier vrijwillig gewoond”, vertelt mevrouw Van Oosten. “En dus is dit de plek voor de stolpersteine of struikelstenen.” 

Moritz Bottwin werd in in Lemberg geboren, destijds Oostenrijk, later Polen en tegenwoordig Lviv in Oekraïne. Hij was makelaar in Bremen en trouwde in 1920 met Rosalie Plats. Tijdens de kristalnacht in 1938 werd hun hele huis vernield en Moritz werd naar Sachsenhausen gestuurd. Daar kwam hij wonder boven wonder uit en vluchtte samen met zijn vrouw en haar zus naar Nederland. 

Hier werden ze eerst in Leiden opgevangen door de opa en oma van mevrouw Van Oosten. Daarna kwamen ze in Voorschoten terecht waar Mardachia Naymann zijn huis opende voor Duitse Joden. Tot 1943, toen ze zich moesten melden in Amsterdam. Daar werd de groep direct opgepakt, naar Westerbork vervoerd en met 946 lotgenoten naar Sobibor gebracht waar ze zijn vermoord. Mardachia kreeg vorig jaar al een stolpersteine. 

“Mijn overgrootvader Jonas Platz had met zijn vrouw Emma zes kinderen waarvan Henriëtte de oudste was en Rosalie nummer twee”, licht mevrouw Van Oosten de geschiedenis toe. “Helaas overleed Emma en mijn overgrootvader trouwde later met de huishoudster. Samen kregen zij nog vier kinderen waarvan mijn oma de jongste is. Toen zij met mijn opa trouwde werd ze katholiek en zo zijn wij ook opgevoed.”

Voor mevrouw Van Oosten is het een beetje dubbel. “Ik heb deze mensen nooit gekend en ik voel me ook niet Joods. Aan de andere kant is het wel belangrijk dat de namen van deze drie familieleden blijven voortleven en dat ik ze de eer moet bewijzen die hun toekomt. Ze hebben geen graf en op deze manier hebben ze toch een eigen plekje.”

Henriette Platz, ook wel bekend als ‘juffrouw Jenny’ verliest haar zicht op 4-jarige leeftijd door kinkhoest. Ze krijgt een opleiding bij het Rijnlandse Provinciale Instituut voor Blinden in Düren, Duitsland. Daar leerde Jenny braille lezen en schrijven, evenals een schrift dat geschikt was voor correspondentie met ziende mensen. Ook leerde ze naaien en piano spelen. Na haar opleiding hield ze zich voornamelijk bezig met muziek maar wilde ook haar literaire kennis zoveel mogelijk vergroten. Ze bezat een aantal klassieke werken in braille, waaronder een Duitse literatuurgeschiedenis uitgegeven in Berlijn. Verschillende gedichten van Jenny werden gepubliceerd in het ‘Blinden-Daheim’, een tijdschrift voor blinden. Ze schreef ook twee sprookjes.

De ochtend werd muzikaal begeleid door violist Bert Vos die ook een gedicht van zijn Joodse moeder Ida Vos voorlas ‘mijn zoon’. Ida zat tijdens de oorlog ondergedoken en was van haar ouders gescheiden. Later schreef ze over haar ervaringen. Het kaddisj-gebed werd uitgesproken door Leo Levie waarna belangstellenden bloemen en steentjes bij de stenen mochten leggen. 

Voor René van der Heijden is elke ceremonie weer emotioneel. Hij begon jaren geleden met onderzoek naar Joodse inwoners in Voorschoten. Dankzij hem worden nu de stolpersteine gelegd. “Ik kreeg er zelfs De Parel voor, daar ben ik enorm trots op”, zegt hij. Maar het werk groeide hem boven het hoofd. Inmiddels is er een werkgroep opgericht die bezig is met onderzoek. “Ik denk dat er nog tussen de 6 en 10 stolpersteine bijkomen. Vooral van Roma-inwoners, er zijn er sowieso drie in Voorschoten geboren. We gaan dus gewoon door met het werk.”


Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding