
Iets raars in de kerkbank
Column IngezondenEen collega van mij loopt na de viering de banken langs. Veel mensen laten de misboekjes liggen en hij helpt de koster met opruimen. Hij ziet wat liggen. Hij gelooft zijn ogen niet. Hij kijkt nog een keer. Ja, het is het echt. Een kunstgebit.
Het is een heerlijke zomerdag. Op het kerkplein staan mensen nog te praten. Hij loopt het kerkplein op. “Heeft iemand dit laten liggen?” “Oh”, zegt een mevrouw, “dat is van mij.” Hij kijkt. Hij kijkt nog eens. “Mevrouw u hebt uw tanden toch nog?” “Ja”, zegt ze, “het is van mijn man. Ik neem het altijd mee naar de kerk…anders eet hij thuis de koelkast leeg.”
Mijn collega vertelt. Over deze mevrouw wordt geroddeld. Iedereen vindt haar een beetje raar. Maar ze stelt vragen die iedereen zou moeten stellen. Op een keer vraagt ze me: “Wat is het doel van het leven? Waar leef ik voor? Waar doe ik het allemaal voor?”
Ik lees een interview met Marianne Thieme. Tijdens de corona heeft ze theologie gestudeerd. Ze zegt daarover: “Ik wilde ontdekken wat ons in deze westerse maatschappij nou eigenlijk drijft, wat we misschien kwijt zijn geraakt en wat we eerst weer moeten opdiepen, als we naar een maatschappij toe willen die opkomt voor het kwetsbare.” Wat heeft ze ontdekt? “Mensen lopen rond met een gat in hun ziel. Ze ervaren weinig levensbeschouwelijke cohesie, terwijl ze daar wel behoefte aan hebben.”
Waar krijg je antwoord op deze zingeving vragen? Geloof geeft volgens mij antwoord op die vragen. Het antwoord heeft met liefde te maken. Ik heb nooit meegemaakt dat iemand op zijn sterfbed vraagt om zijn diploma’s. Of de onderscheiding van zijn werkgever bij zijn pensioen.
Nee, Je wilt je dierbaren om je heen. De mensen van wie je houdt. En als er spijt is, is er spijt over relaties die kapot zijn gegaan. Zoals de H. Johannes van het Kruis gezegd heeft: “Op de avond van je leven blijft alleen de liefde.”
Pastoor Rochus Franken








