Afbeelding

De Peilingverleiding

Column Ingezonden

De landelijke verkiezingen zijn over een maand en elke week verschijnen ze weer: de peilingen. Voor de één glibberige cijfers die moeilijk vast te pakken zijn. Voor de ander een spannend wedstrijdverslag mét uitslag. Maar wat zeggen deze peilingen nu eigenlijk écht?

Peilingen zijn zeker nuttig, maar ook verraderlijk. Ze geven een slechts momentopname: hoe denken kiezers nú over politieke partijen? Tegelijk worden die cijfers vaak uitgelegd alsof ze een trend of voorspelling zijn. Terwijl er altijd een foutmarge is van twee à drie zetels. Een verschil van één zetel zegt dus meestal niets. Toch domineren zulke minieme verschuivingen het nieuws en brengen ze partijen soms in paniek.

Bovendien zijn peilingen niet altijd representatief. Jongeren zijn lastig te bereiken en mensen met minder vertrouwen in politiek haken vaker af. Dat maakt de uitkomsten minder betrouwbaar dan vaak wordt aangenomen.

Mijn favoriete politicologenblog Stuk Rood Vlees wijst daar terecht op. Hun vuistregels zijn simpel en relevant: kijk naar marges, vergelijk niet te snel met vorige week, en onthoud dat veel kiezers tegenwoordig pas laat beslissen. Hun boodschap: peilingen zijn geen voorspellingen, maar slechts een snapshot van hoe mensen in het heden denken.

Wat in de berichtgeving vaak onderbelicht blijft, zijn juist de kiezers die nog twijfelen of helemaal niet van plan zijn te stemmen. Dat aandeel is vaak veel groter dan het aantal zetels dat partijen in een week winnen of verliezen. Juist daar zit de echte dynamiek van de publieke opinie: hoe groot is de groep die nog niet weet waar ze het vakje rood gaat maken. En ook relevant, welke partijen vissen nog in dezelfde vijver in de strijd om de kiezer?  Voor wie de politiek écht wil begrijpen, zijn die cijfers misschien wel belangrijker dan al die lijstjes met aantallen zetels. 

Arnold Posthuma
Politicoloog en Raadslid PvdA
APosthuma@voorschoten.nl