
De hooligans uit de politiek
Column Ingezonden IngezondenVanuit mijn liefde voor taal vind ik campagnetijd erg leuk. Welke strategie kiest een politicus, hoe verpakt hij die strategie met stilistische keuzes en hoe reageert het publiek hierop? Echter, de ethische bezwaren die ik jegens de politiek heb voeren op dit moment de boventoon. Vooral op dit moment, in campagnetijd.
Campagnetijd lijkt steeds meer een tijd te worden waarin het voor politici geoorloofd is om je als randdebiel te gedragen; als een soort hooligans: ongenuanceerd, zonder ook maar enige kaders van redelijkheid alles om je politieke tegenstander kapot te maken. Het enige verschil is dat de politici geen stenen als wapens gebruiken, maar woorden.
Deze vorm van politiek-hooliganisme was duidelijk te zien in Amerika bij de moord op Charlie Kirk. Er is een man vermoord: doodgeschoten door zijn keel, vlak voor de ogen van zijn vrouw en kinderen. En nog voordat deze man onder het bloed van het podium wordt afgetild zijn er politieke hooligans die zijn dood gebruiken om politiek te voeren: “De kogel komt van links”; “daar heeft hij het zelf naar gemaakt met zijn rechts-extremistische ideeën”.
Ik schrok van deze reactie. Het is voor mij bewijs dat politiek voeren een doel is geworden, in plaats van een middel om tot beleid te komen. En zo komen we aan polarisatie: ten koste van alles de politiek voeren, totdat het prevaleert boven de ethische waarden van de menselijkheid. Daar zit ook de vergelijking met hooliganisme. Hooligans zoeken, ook maar het geringste beetje, context om alle ethische waarden te kunnen schenden. Politici doen op dit moment niet veel anders, maar dan dus met woorden.
Misschien heb ik mij in deze column ook onethisch gedragen, door naar politici te verwijzen als randdebielen én hooligans en draag ik daardoor bij aan de verharding van het politieke landschap. Mijn excuses dan daarvoor, maar zwarter dan de ketel zal ik nooit worden, zeker niet in campagnetijd.
Stan Perel





