
Klein maar machtig
Column IngezondenOveral potjes. De laatste weken staan de vensterbanken in ons huis vol. Mede-tuinierders weten wat hier speelt: het zaaiseizoen is aangebroken.
Het is leuk om de plantjes te zien opkomen, maar de echte lol zit in de periode waarin de tomaten rood kleuren en de pompoen misschien eindelijk een keer voorbij formaat knikker groeit. ‘Wie zaait, zal oogsten’ volstaat alleen niet meer nu diegenen die na het zaaien het werk voor ons afmaken, worden bedreigd.
Bestuivers als bijen, vlinders en andere insecten hebben niet genoeg te eten en te weinig plek om te schuilen en te nestelen. Ze nemen in aantal af en dat zal uiteindelijk gaan doorwerken in onze omgeving en voedselketen. De oorzaak ligt in grote thema’s als gebruik van pesticiden, klimaatverandering en verstedelijking. Maar op een kleinschaliger front is er ook goed nieuws te melden.
Volgens onderzoek naar hoe bijen reageren op verschillende eigenschappen van het (stads)landschap, blijkt dat de hoeveelheid verschillende soorten aan bloeiende planten en de toegang tot zonlicht, veel belangrijker zijn dan de grootte van het stuk beplanting.
Met andere woorden: ook kleine stedelijke stukjes kunnen al een belangrijke bijdrage leveren aan het leven van de bij.
Het hoeft dus niet groots, meeslepend of ingewikkeld te zijn: een balkonbak, boomspiegel of dat ene hoekje waar je anders met de grasmachine over gaat, kan al verschil maken. Ieder voorjaar vind je op een aantal plekken in Voorschoten een ‘Voedselbank voor de Bij’ waar je gratis inheems bloemzaad kunt afhalen (zie hiervoor www.voerdebijbij.nl). Het zijn in dit geval echt de kleine dingen die het doen.
Vanaf deze editie mag ik de duurzame column van Fons Lemmens overnemen. Ik zal hier iedere maand schrijven over thema’s die onze omgeving mooi en gezond houden.
Marjan Osendarp





