
De baas
Column IngezondenTrouwe volgers van deze columns weten dat ik de lezer hoog heb. Lezen is geen slappe, passieve activiteit, ook niet als je dat lekker onderuitgezakt in een luie stoel doet. Of als je voor het slapen nog even een pagina leest. Als lezer ben je heel actief.
Je zet de zwarte tekens op wit papier in woorden en zinnen om, en die woorden weer in beelden in je hoofd. Je trekt lijnen tussen die beelden zodat er een verhaal ontstaat.
Vergelijk het met breien naar een patroon: de vorm krijg je aangereikt, de kleuren kies je zelf. Daar gaat de patroontekenaar niet over. Uiteindelijk is de breier de baas over de trui. Zo ook is de lezer de baas over het boek.
De schrijver heeft immers geen invloed op jouw gedachten, associaties, mijmeringen, de vermenging van verhaal met je eigen ervaringen, en ga zo maar door.
Onlangs las ik een mooie roman over een Hongaarse adellijke familie, Lázár. Het is geschreven door Nelio Biedermann, een nog jonge Zwitserse schrijver. Hij neemt het (hoe kan het anders) op voor de schrijver. Biedermann maakt in de roman duidelijk dat wat de lezer krijgt voorgeschoteld tevoren al is bekokstoofd. Door de schrijver dus.
Hij zegt het nog scherper: de schrijver ontneemt zijn personages hun zelfbeschikkingsrecht. Ze kunnen niet doen wat ze zouden willen. Niet zij maar de auteur laat iemand doodgaan of vertrekken, iemand ziek worden of een oorlog uitbreken. De schrijver laat zijn personages lijden, hopen, gelukkig zijn of depressief.
En waarom doet de schrijver dat? ‘Om zich in zijn superioriteit bevestigd te voelen’. Zeg maar: ‘ik, als auteur, ben de baas’. De schrijver als het alpha-mannetje dat hunkert naar erkenning.
Maar ik geloof dat Biedermann met een knipoog vooral bedoelt: als jij als lezer begint, heb ik mijn werk al gedaan.
Harm Klifman
Neerlandicus en filosoof








