Afbeelding

Waarom nou?

Column Ingezonden

Er zijn mensen die mooie openingszinnen van romans verzamelen. Bekende voorbeelden van mooie zinnen zijn:

‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar; elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze’ (Anna Karenina van Leo Tolstoj), en
‘Moeder stierf vandaag. Of misschien gisteren, ik weet het niet.’ (l’Etranger van Albert Camus).

Zelf ben ik liefhebber van mooi geschreven slotpassages. Een mooi eind maakt voor mij het boek echt af. Als ik een boek gelezen heb, blijft er na een paar dagen altijd iets van een nasmaak hangen. Die is uiteindelijk bepalend voor mijn waardering. Als het slot echt mooi is, dan is die nasmaak onmiskenbaar positief.

Ik vond het einde van Stoner van John Williams ontroerend. Zo ook het slot van Bidden op een bed violen van Jan Siebelink. En de woorden waarmee Adriaan van Dis het slot van Alles voor de reis afsluit, mogen er ook zijn.

Het omgekeerde kan ook. Dat het slot van een boek een geweldige domper voor je is. Een desillusie, letterlijk. Het overkwam me bij lezing van Voordat het laat wordt van Kader Abdolah.
In deze roman trekt Abdolah de lezer vanaf de eerste pagina binnen in een illusie: zijn terugkeer na dertig jaar naar zijn vaderland Iran om daar zijn stokoude moeder op te zoeken. Het wordt een avontuur dat sterk doet denken aan een sprookje vol nostalgie en heimwee, ondanks de grimmige politieke sfeer op de achtergrond.

Abdolah schrijft in een poëtische taal die veel weglaat en volop ruimte geeft aan de verbeelding van de lezer. Helemaal top. Ik heb ervan genoten …

…. tot die laatste alinea. Abrupt en voor mij zonder enige reden zette Abdolah mij terug in de realiteit. Waarom nou! Waarom laat hij de illusie niet gewoon de illusie? Een roman is toch een roman? Een domper dus.

Harm Klifman
Neerlandicus en filosoof