De trouwdag, 18 februari 1960
De trouwdag, 18 februari 1960

Drie oktober 1956 hoe Joke haar Ben ontmoet

Algemeen

Kort verhaal door Josée Nan

Ze heeft er zin in Joke, om samen met Toos naar de kermis te gaan. Ze kennen elkaar van bakkerij Mastenbroek, Toos is er winkelmeisje en Joke helpt mevrouw in de huishouding van het drukke gezin. Zoals alle Leidenaren heeft Joke geld opzij gezet voor de viering van Leidens Ontzet. De dag voor het feest had mevrouw Mastenbroek twee rijksdaalders uit de kassa gepakt, één voor haar en één voor Toos. Daar was ze reuze blij mee want als zeventienjarige verdient ze nog niet veel. Ze moesten er een leuke dag van maken had mevrouw Mastenbroek gezegd, maar ‘wel oppassen hoor, geen al te gekke dingen doen’.

Op de ochtend van drie oktober staat Joke te dubben voor de kledingkast. Het wordt de groene broek met de geruite blouse en haar lichtgroene wollen vestje. Dat zit lekker en ze weet dat het goed staat bij haar korte donkerblonde haar. Een pittige, kwieke uitstraling, vindt ze zelf. Aan advies van haar moeder heeft ze niets, die heeft geen enkel benul van mode. Kleren moeten bij haar schoon en heel zijn. Voor de spiegel in de gang haalt Joke nog even een borstel door haar haren en roept dan dat ze er vandoor gaat.

Bij het Schuttersveld staat Toos te wachten. ‘Hé, dat staat je goed zeg, die diadeem, beter dan de paardenstaart’, complimenteert Joke haar vriendin. Ze hadden afgesproken zich wat ‘op te tutten’. De kans op de foto te worden gezet is groot op drie oktober. Fotografen leggen de feestvierders vast en een dag later liggen de winkeletalages vol met de getuigenissen van de feestvreugde. Je kunt maar beter mooi op zo’n foto staan, vinden Joke en Toos en bovendien weet je maar nooit of er leuke jongens zijn.

Ze betalen het toegangskaartje voor de kermis en gearmd lopen ze naar binnen. Het kermisterrein is één grote massa van vrolijke en uitgelaten mensen. Kinderen joelen en gillen, sirenes kondigen aan dat de kap over de rupsbaan zal worden getrokken. Bij de gebakskraam hangt een zoete, zware geur.

Eerst maar eens een rondje maken. Zien welke attracties er dit jaar zijn en of er van die stoere jongens rondlopen die willen betalen als je met ze in de rupsbaan of zweefmolen gaat. Joke heeft weliswaar tien gulden in haar portemonnee maar de middag en de avond duren nog lang.

‘Toos, zijn dat geen leuke knullen, die lange met dat colbertje en die krullenbol, zullen we hun kant eens opgaan?’. Druk pratend lopen ze de twee jongens voorbij. Na het passeren kijken ze over hun schouder om te zien of ze de aandacht hebben gevangen. Joke geeft Toos een por, ze keren om en lopen langzaam terug. De lange jongen spreekt hun aan. Of ze het goed vinden samen op te lopen, Ben heet hij. ‘Cor, aangenaam kennis te maken, dames’ voegt de krullenbol er parmantig aan toe.

Met zijn vieren beleven ze een genoeglijke middag en avond. De jongemannen betalen de kaartjes voor de attracties en de versnaperingen. Het is evident dat Ben zijn oog heeft laten vallen op Joke. Met zijn tweeën gaan ze in de rupsbaan. Ondanks zijn lengte lukt het Ben niet de pluim te pakken te krijgen. Een zoen van Joke lukt wel; als de karretjes in volle vaart zijn, doet de centrifugale kracht zijn werk. Ben en Joke zitten nagenoeg bij elkaar op schoot, een kus is dan snel gewisseld.

Drie oktober zit er bijna op. Dit betekent dat de Leidse jongelui zich opmaken voor een luid en spetterend einde op de hosvlonder. Van het gras op het Schuttersveld was na een kermisdag weinig over, daarop dansen was vragen om ongelukken. Ieder jaar werd er daarom in een hoek van het veld een houten vloer gelegd. Ook Ben en Joke willen de dag in stijl afsluiten: samen springen en dansen op de hosvlonder. Joke trekt Ben de dansvloer op. Ze begint energiek te springen, wild zwaait ze met haar armen, alles aan haar lijf doet mee. Plotseling staat ze stil, ze grijpt haar broek. Oh, jeeh, die zakt af, krijgt haar moeder toch nog gelijk. De broek die ze aan heeft is hip, maar niet heel. De knoop eraf, wat nu? Ben ziet dat er wat aan de hand is, Joke wijst op de band van haar broek. Tot haar verrassing blijkt Ben een veiligheidsspeld bij zich te hebben, verstopt achter het revers van zijn colbertje. Ze hossen door tot het drie oktoberfeest voorbij is. Joke en Toos zeggen Ben en Cor gedag. Een vervolgafspraak wordt niet gemaakt. Joke heeft het naar haar zin gehad met Ben, maar ze vindt hem wat vormelijk, aan de stijve kant. Die veiligheidsspeld redde haar weliswaar, maar het was toch ook een beetje een afknapper. En die pluim wist hij ook al niet te bemachtigen.

Een paar weken later besluit Joke op zondagmiddag naar Trianon, de bioscoop in de Breestraat te gaan. Er draait een film die ze graag wil zien, The King and I. Haar zus Lidy had andere plannen voor de middag en Toos bleef liever thuis. Nou, dan ging ze toch alleen. Zij wil romantisch zwijmelen bij een mooi in beeld gebracht verhaal over de koning van Siam, een weduwnaar, die valt voor de charmes van de Engelse gouvernante. Het lijkt een onmogelijke verbintenis tussen de trotse koning afkomstig uit een oud adellijk geslacht en de veel jongere burgerjuffrouw. De liefde overwint, de koning, gespeeld door Yul Brynner, laat zijn bezwaren uiteindelijk varen tot grote vreugde van zijn kinderen.

Vol van de beelden en de muziek en die onweerstaanbare koning, loopt Joke de bioscoop uit. Ze knippert met haar ogen, buiten is het nog licht. Ziet ze het goed, is het Ben die daar aan de overkant staat? Ze steekt haar hand op en loopt naar hem toe. ‘Hoi Ben, hoe is het met jou, wat een toeval’. ‘Ja goed om je te zien, Joke’. Het gezicht van Ben licht op. Hoe gaat hij het haar zeggen, hij heeft er lang over na kunnen denken. ‘Het is toeval, maar ook weer geen toeval. Ik zag je Trianon binnengaan en toen wist ik wat me te doen stond. Wachten totdat jij weer naar buiten kwam en je aanspreken. Ik heb de afgelopen weken heel veel aan drie oktober gedacht, vooral aan jou’. Het overvalt Joke. Ze vond drie oktober ook heel geslaagd, maar had daarna niet lang aan Ben gedacht en nu heeft hij maar liefst twee uur op haar staan wachten! Als hij haar vraagt of hij haar naar huis mag brengen achterop zijn fiets, zegt ze ja. De film heeft haar in de juiste stemming gebracht en natuurlijk is ze ook gevoelig voor zijn aandacht en volharding.

Vanaf die dag is het ‘aan’, Ben en Joke hebben verkering. Hun eerste kennismaking is niet vastgelegd door een van de fotografen. Een jaar later viert het jonge stel natuurlijk samen Leidens Ontzet. Dan worden ze wel gefotografeerd. Joke koestert deze foto, misschien nog meer dan de foto’s die op achttien februari 1960 zijn gemaakt, hun huwelijksdag.

Afbeelding