Afbeelding
Foto: Nikki Groenewegen

Wat gasten ons leren

Column Ingezonden

Vaak denken mensen dat vrijwilligers in een hospice vooral iets komen brengen. Tijd, aandacht, een luisterend oor. En dat is natuurlijk ook zo. Maar hoe langer ik hier rondloop, hoe vaker ik merk dat wij minstens zoveel ontvangen.

Dat zit meestal niet in grote levenslessen of diepzinnige gesprekken. Juist niet. Het zijn vaak kleine opmerkingen die blijven hangen. Zoals de gast die op een ochtend naar buiten keek en zei: “Wat is de kerk eigenlijk mooi.” Toen iemand antwoordde dat die daar toch al jaren staat, glimlachte hij. “Ja,” zei hij, “maar ik heb er jarenlang niet echt naar gekeken.”

Of de gast die iedere middag zichtbaar genoot van een kopje thee in de tuin. Toen ik vroeg of ze het niet koud had antwoordde ze: “Dat geeft niet. Ik voel tenminste dat ik leef.”

Soms gaat het over familie, soms over werk, soms over vroeger. Maar opvallend vaak gaan gesprekken over gewone dingen. Samen eten. Een wandeling. Een verjaardag. Een telefoontje dat je nog eens moet plegen. Dingen die in een druk leven gemakkelijk naar morgen worden verschoven.

In het hospice lijkt de aandacht vanzelf meer te gaan naar wat echt waarde heeft. De dagen worden kleiner, maar wat belangrijk is wordt juist groter.
Dat betekent niet dat gasten hier voortdurend wijsheden delen. Er wordt ook geklaagd over het weer, gelachen om een flauwe grap of gesproken over voetbal of de buurman van vroeger.

Maar tussen al die gewone gesprekken door hoor je soms iets wat blijft hangen. Dat geluk vaak kleiner is dan we denken. Dat tijd kostbaar is, juist omdat het niet vanzelfsprekend is. En dat het leven meestal niet zit in de grote hoogtepunten, maar in de momenten daartussen.

Als vrijwilliger fiets ik na een dienst regelmatig naar huis met het gevoel dat ik weer iets heb geleerd van iemand die simpelweg vertelde over zijn leven.

Misschien is dat wel een van de mooiste dingen van het hospice. Dat er niet alleen zorg wordt gegeven, maar ook wijsheid wordt gedeeld. Heel gewoon, tussen een kop koffie, een stukje appeltaart en een gesprek aan de keukentafel.

Patricia Vogel
vrijwilliger