Afbeelding
Foto: Nikki Groenewegen

De nacht

Column Ingezonden

De nacht in het hospice begint vaak ongemerkt. De laatste stemmen van de dag verdwijnen. De voordeur valt een nog keer zacht in het slot. Daarna wordt het stiller. Alsof het huis zelf ook even uitademt.

Rond de avond verandert er iets. Het is lastig te benoemen, maar je voelt het meteen. Het licht wordt zachter, stemmen worden lager. Alsof er een rustige laag over het huis komt te liggen. De gang ligt in gedimd licht. Soms staat er een deur op een kier.

Er zijn geen vrijwilligers in de nacht. Alleen de verpleegkundige die haar ronde doet. Haar voetstappen zijn zacht. Je hoort ze bijna niet, maar je voelt dat ze er is. Ze loopt van kamer naar kamer en neemt de tijd. 

Hier een kort gesprek. Daar iemand die anders wil liggen. Een slokje water. Een paar zachte woorden in het donker. Op het juiste moment de pijn verlichten.

Op een kamer zit iemand in een stoel naast het bed. De lamp is uit. Alleen een klein bed lichtje is aan. Soms wordt er gefluisterd. Soms wordt er niets gezegd.

In de keuken klinkt heel even een zacht piepje. Even later wordt ergens een warm kussen neergelegd. Een hand die nog even op een schouder blijft liggen.

De nacht is trager dan de dag. Minuten rekken zich uit. Er hoeft niets meer. Geen bezoek, geen planning. Alleen aanwezig zijn.

Er zijn vaker mensen wakker dan je denkt. Iemand die luistert naar het huis. Naar de stilte. Naar de zachte stappen op de gang. Soms wil iemand nog even praten, omdat het hoofd nog niet stil is.

Het hospice voelt nog meer als een huis dan overdag

Buiten is het donker. Binnen is het rustig. Het hospice voelt nog meer als een huis dan overdag. Alsof alles dichter bij elkaar komt.

Soms valt iemand even in slaap in die stoel naast het bed. Het hoofd een beetje scheef, de hand nog steeds vast.

En zo glijdt de nacht voorbij. Zonder haast. Zonder grote woorden. Iemand die zegt: ik ben er. Meer is niet nodig.

Patricia Vogel, vrijwilliger
Hospice Wassenaar