
Ode aan een icoon
Column IngezondenRinus. Onze Rinus. Onze “ranja” Rinus. Een icoon is ons ontvallen. Een icoon van de Albert Heijn, een icoon van Voorschoten ’97, een icoon van ons dorp.
Rinus, een man waarover we vrijwel niks wisten, maar toch nooit zullen vergeten. Ja dat klinkt als een paradox. Een paradox die alleen Voorschotenaren kunnen ontrafelen. Want vrijwel iedereen is opgegroeid met Rinus. Die Voorschotenaren weten dat Rinus er altijd was; in de Albert Heijn, op de voetbal, in het dorp. Ze weten dat Rinus geen verhalen vertelde, maar wel bij elke geschreven bladzijde aanwezig was. Aanwezig, genietend van alle verhalen, terwijl wij genoten van zijn aanwezigheid, van de vanzelfsprekendheid van zijn lach.
Rinus onderscheidde zich in vanzelfsprekendheid. De vanzelfsprekendheid dat hij op het bankje voor de kleedkamer zat als je de voetbal op kwam gelopen. Het was een vanzelfsprekendheid die een gevoel van thuiskomen opriep. Rinus was als een soort open haard in de woonkamer; het centrum van de ruimte, markant en vooral een bron van warmte.
Waar ik bij thuiskomst naast de open haard ga zitten, daar ging ik op de voetbal naast Rinus zitten. Bij het vragen om een bakkiekoffie kreeg ik dan steevast het antwoord “ja”, want ja Rinus zei nooit “nee”. Zittend op het bankje vroeg ik dan met een bakje koffie in de hand of Ajax nog gevoetbald had. “Ja”. Veel dieper gingen onze gesprekken niet, maar ik hechtte er toch erg veel waarde aan. Rinus was voor onschatbare waarde voor de club.
Zijn vanzelfsprekende aanwezigheid uitte zich bijvoorbeeld al in de ranja die elke rust voor de spelers klaarstond. Die staat er nu niet meer. En dat is maar een enkel aspect van een man diens leven in het teken stond van Voorschoten ‘97.
We moeten er mee leren leven dat ons icoon niet meer onder ons is. De huiskamer van Voorschoten is een stukje kouder geworden.
Stan Perel








