
Selfie
Column Ingezonden“Help, help”. “Mevrouw, hoe komt u nou in de sloot terecht. Wacht ik trek u er uit. Gaat het?”
“Dank u wel, alleen mijn elektrische fiets ligt nog in de sloot.”
“Oh mevrouw wat erg. Ik zie geen spoor van de fiets. Die ligt op de bodem, ben ik bang.”“Oh oh hij was gloednieuw.”“Het fietspad ligt ver van de sloot. Hoe bent u nu toch in de sloot gekomen?” “Ik maakte een selfie.”
Op de facebookpagina van een kennis lees je hoe geweldig zijn vakanties zijn. Hij illustreert dat met een online fotoalbum waarin minstens 200 fantastische foto’s zijn opgenomen. Pas als zijn vriendin met hem breekt, hoor je over rampzalige vakanties in ‘real life’. Zijn commentaar: “Dat laat je natuurlijk niet zien op facebook. Je laat alleen je successen zien. Hoe goed het met je gaat. Wat niet gelukkig en geweldig is, is abnormaal.”
‘Kijk eens hoe geweldig ik ben.’ Zelden hoor of zie je op sociale media: ‘Ik ben bang. Ik heb het moeilijk. Ik weet het even niet meer.’
Wat voor invloed heeft dit op onze samenleving? Doen we alsof verdriet niet normaal is? De Vlaamse psychiater Dirk de Wachter schrijft: “Probeer er maar vooral snel vanaf te geraken, is de onderliggende gedachte. Mensen laten je liever met rust. Of ze raden je aan om eens naar een therapeut te gaan.”
Ieder huis heeft zijn kruis, zegt de oude volkswijsheid. Mijn ervaring is dat dit waar is. Iedereen kent verdriet. De sfeer op sociale media - die doet alsof dat niet zo is - isoleert mensen. Als de sfeer zo is, waar kun je dan terecht met groot verdriet? Sta je er dan helemaal alleen voor? (En is dat niet het ergste aan verdriet of lijden? Dat je je zo alleen kunt voelen?)
Bij verdriet moet je de gelegenheid krijgen om te huilen en je hart uit te storten. Echt naar een verdrietig mens luisteren, vraagt tijd en geduld. Dat zijn schaarse goederen in onze hectische tijd. Biedt de maatschappij hier nog ruimte voor? Bied ik hier nog ruimte voor?
Pastoor Rochus Franken








