
Gebed voor straks bij de voetbal
Column Regio nieuws‘Als het Nederlands elftal slecht speelt, raakt mijn Jaap buiten zinnen.’ Aan het woord is Janny, zijn vrouw. Hij scheldt en smijt met voorwerpen. Vroeger probeerde ik hem te kalmeren. Dan zei ik: ‘Staan ze met 3-0 achter? Geeft niet. Ze hebben nog zes minuten.’ Of: ‘Waarom schreeuw je zo tegen de televisie? Ze horen je toch niet.’ Dit helpt niet. Hij wordt alleen maar bozer. Zeker na: ‘Het is maar een spelletje. Misschien winnen ze de volgende keer.’
Afgelopen week kreeg Jaap een waarschuwing van zijn huisarts. Zijn bloeddruk is te hoog. Wie maakt zich hier het meeste zorgen over? Janny. Als het WK straks in november begint, plakt ze daarom in de rechter bovenhoek van het scherm dit gebed:
“God, geef me de rust om te accepteren wat ik niet kan veranderen,
de moed om aan te pakken wat ik wel kan veranderen,
en de wijsheid om het verschil tussen beide situaties te zien.”
Het is lief geprobeerd, maar of dit helpt bij de fanatieke supporter? Hoeveel nut heeft frustratie bij iets waar je geen invloed op hebt? Je kent het wel. Als je je in de kortste rij bij de kassa bevindt, staat er net iemand voor je met iets waarvan de streepjescode niet wordt herkend. Of: Als je een boterham met pindakaas laat vallen, valt die altijd met de besmeerde kant naar beneden. En: Als Oranje speelt, valt in de laatste seconde de goal van de Duitsers.
Het gebed dat Janny op de televisie plakt wordt ook wel het ‘gebed om kalmte’ genoemd. Het wil de realiteit aanvaarden van dingen waar je niets aan verandert.
Ik denk: ‘Nog even de afwas doen voordat ik naar de vergadering ga.’ Ik laat een bord vallen. Het woord dat een pastoor niet zeggen mag, slik ik nog net in. Ik bid het gebed. En ik denk: ‘Het is zoals het is. Het bord is kapot. Daar verander ik niets aan. Ik ruim gewoon kalm op. Dan kom ik nog op tijd.’ Soms heb je zo’n ‘gebed om kalmte’ gewoon even nodig. En niet alleen bij voetbal.
Pastoor Rochus Franken








