Afbeelding

Braaf!

Column Ingezonden

Ik ga graag op vakantie in Vlaanderen. Het is buitenland, maar ik kan me verstaanbaar maken in het Nederlands. Hoewel, een Vlaming zegt de dingen vaak net even anders.

Op een tafeltje naast mij in het restaurant zit een echtpaar uit Nederland. “Zal ik een foto van u trekken?” vraagt de hoteleigenaar en maakt voor ze een foto met hun mobiel. “Wat is het toch een mooi zacht taaltje, dat Vlaams!”, hoor ik ze daarna tegen elkaar zeggen.

Zeker! Ook gehoord: “Ik ben wat verdikt door de lunch.” Een Nederlandse hotelgast meende dit te moeten vertalen met: “Je eet te veel, je wordt obese.” Is het Vlaams niet veel plezanter? (plezierig.)
Net even anders. Jam is voor een Vlaming confituur en als je een croque-monsieur bestelt, krijg je geen broodje kroket maar een tosti. ‘Punaise’ in Nederland is een ‘duimspijker’ in Vlaanderen. (Dit maakt me meteen een stuk voorzichtiger als ik iets met punaises moet doen.)

In een vorige column beschreef ik hoe ik om patat vroeg bij mijn steak. En kreeg… geen friet. Een patat is voor een Vlaming gewoon een aardappel. Dit jaar even paniek toen de hoteleigenaar zei dat hij de telefoon ging afpakken. (Dat is Vlaams voor gewoon de telefoon opnemen.)

“Amai meneer, u bent toch niet bang voor een hond!” Ik wandel in de groene heuvels van de Vlaamse Ardennen. Een mevrouw komt mij tegemoet. Terwijl ze dit roept, stormt er opeens een hele grote hond op me af. Deze begint mij te besnuffelen. Ik zeg: “Braaf!” Tot mijn grote opluchting blijkt het Vlaamse ‘braaf’ precies hetzelfde te betekenen als het Nederlandse ‘braaf’. Hij kwispelt en loopt terug naar zijn baasje.
Terug in het hotel vraag ik me af hoe het komt dat bij dieren (In dit geval een hond.) verschillen in taal minder groot zijn dan voor mensen. Is dat een boodschap voor ons in een tijd van angst en oorlog? Dat we verschillen niet groter mogen maken dan ze zijn en dat we als één mensheid leven op één aarde?
Pastoor Rochus Franken