Afbeelding

Europees Migratiepact

Column Ingezonden

Terwijl politiek Den Haag al maanden ruzie maakt over spreidingswetten, noodopvang en incidenten rond asielzoekerscentra, lijkt bijna niemand het te hebben over wetten die op ons afkomen. Op 12 juni treedt namelijk het Europese Migratie- en Asielpact in werking. 

Een hervorming die het Nederlandse asielbeleid waarschijnlijk ingrijpender gaat veranderen dan welk Kamerdebat van de afgelopen jaren ook.In talkshows en debatten vliegen de verwijten over tafel en buitelen partijen over elkaar heen met stoere taal en nieuwe voorstellen. Ondertussen is in Brussel een nieuw systeem opgetuigd dat die controle beter moet organiseren. Met open Europese grenzen kun je migratie immers niet alleen regelen.

Sinds het akkoord van Dublin uit 1990 geldt dat het eerste land van aankomst verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. In theorie logisch, maar in de praktijk kwamen vooral landen aan de grenzen van Europa — zoals Italië en Griekenland —onder druk te staan. Zuid-Europese landen vroegen om solidariteit, Noord-Europese landen wilden strengere controles en screening. 

Met het nieuwe pact probeert Europa aan beide behoeften tegemoet te komen. Lidstaten worden verplicht migranten direct te registreren, biometrische gegevens te delen en procedures sneller af te handelen. Kansarme aanvragen moeten sneller aan de buitengrens worden afgewezen, terwijl landen die de druk niet aankunnen steun kunnen afdwingen van andere EU-landen. Europa erkent daarmee dat open grenzen alleen kunnen bestaan als we gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor de buitenschil.

Ik vind het te prijzen dat Europa migratie gezamenlijk probeert te organiseren. In plaats van het nationaal te laten ontsporen zoals onder het oude systeem gebeurde. Opvallend genoeg blijven veel Nederlandse partijen daarover stil. Want als gezamenlijke controle straks effect blijkt te hebben, houdt ook een groot deel van de permanente politieke ophef op.

Arnold Posthuma, Raadslid PRO