
Ode aan Mart du Pré
Column IngezondenCynisme: “een houding van wantrouwen waarbij iemand ten onrechte uitgaat van eigenbelang en de slechte intenties of oneerlijkheid van anderen.” Het wordt gekenmerkt door een afwijzende houding; “kritisch en ongelovig”. Voor diegenen die dit nog niet helemaal begrijpen ook nog even de definitie uit de Rotterdamse Dikke van Dale: “Ohjaaaajoh…”
Ik hou ervan. Ik kan er echt van genieten. Althans als het echt is. Bij Hugo Borst heb ik bijvoorbeeld altijd het idee dat het een soort Asterix is van het cynisme met de camera als z’n toverdrank. Zet een camera op z’n porem en ineens is hij mister cynisme. Super ergerlijk. Nee doe mij dan maar Valentijn Driessen. Die is echt cynisch. Dat is Obelix. Valentijn is als kind in een ketel cynisme gevallen.
Ik sluit niet uit dat in Voorschoten dezelfde ketel staat. Wij kunnen er ook wat van hoor. Je kan in Voorschoten je voorstel nog niet afmaken en er staat alweer een beer op de weg, of er wordt getwijfeld aan de oprechtheid je intenties. “Ohjaaaajoh nog meer horeca op de Voorstraat? Oooohja dat zal wel weer uit eigenbelang van die horeca zijn.” En precies dit vind ik het mooie van Voorschoten, want diegene die dit zegt kan een uur later op het terras een biertje drinken en zeggen hoe heerlijk die wel niet smaakt in het zonnetje.
Want dat is Voorschoten. Een cynische houding, maar als puntje bij paaltje komt zijn we er allemaal. Helpen we allemaal mee. Helpen we samen, om van Voorschoten een prachtig dorp te maken. Om Voorschoten een prachtig dorp te houden.
En één man in het bijzonder. Oké nog wel meer, maar ik wil er ééntje uitlichten. Een Voorschotens icoon. Mijn kleinste vriend. Mart du Pré. Nog nooit heeft hij niet cynisch gereageerd op een verzoek van mij. Maar ook altijd is hij de eerste die weer klaar staat om te helpen. Een fenomeen. Eentje die gekoesterd moet worden in en door Voorschoten. Mart, dank je wel!
Stan Perel








