
Pekingeend in de veertigdagentijd
Column Regio nieuwsHet is beter om dit eerlijk te vertellen. Misschien is het gevolg dat ik veel tips krijg over gezond eten. Dat risico neem ik.
Het is een paar jaar geleden. De eerste communicanten worden voorgesteld aan de parochie. Ze staan op de trappen van het priesterkoor. De hele kerk kijkt naar ze. Ik zeg: ‘Ik ga jullie een paar vragen stellen.’ Ik hoor ze denken: ‘Oh nee, moet dat nou?’ Een meisje met paardenstaarten à la Pippi langkous trekt een pruillipje. Een jongetje met zwart kroeshaar slaakt een zucht die de hele kerk hoort. Zijn tweelingbroer kijkt angstig naar de microfoon in mijn hand. Ik denk: ‘Laat ik het maar luchtig houden.’ ‘Wat is jullie lievelingseten?’ Pijlsnel schieten de vingers omhoog. ‘Patat!’ ‘Pannenkoeken!’ ‘Pizza!’ ‘Pindakaas!’‘Poffertjes!’
Na afloop zegt een parochiaan: ‘Ik zie een patroon. Het is ongezond en het begint met een ‘P’. Misschien kunnen we een P-dag beginnen, een dag waarop je eet wat met een P begint? Wat is uw lievelingseten pastoor?’ Ik: ‘Pekingeend’. Ik beken eerlijk: Ik kan eindeloos bij de Chinees pekingeend eten. U ziet het resultaat: Mijn bolle hoofd en dikke buik. Ik wil altijd méér. In een filosofische bui vraag ik me nu af: ‘Is dat niet zo met alles waar we ons leven mee vullen? Of het nou lekker eten is, dure spullen, of vaak op vakantie gaan, het voldoet maar eventjes. We willen altijd méér.’
Wanneer je een doel in je leven realiseert, is er een moment van euforie. Daarna word je steeds teleurgesteld: ‘Ik dacht echt dat dit me gelukkig maakt, maar ook dit is het niet.’ Waar is het moment van geluk gebleven? Wie of wat laat het verdwijnen? Moet je het ergens anders zoeken? Wat is die onrust in ons die altijd naar méér verlangt?
In voorbereiding op Pasen (de veertigdagentijd) probeer je als gelovige te streven naar minder. En je gaat op zoek naar waar het echt om gaat in het leven. Een zoektocht naar Iemand die een liefde in zich heeft, die al onze onrust overstijgt.
Pastoor Rochus Franken








