
Alweer een studiedag?
Column IngezondenHet is een zin die op menig schoolplein of kringverjaardag met een diepe zucht wordt uitgesproken. Voor ouders betekent een studiedag vaak schuiven met werk, opvang regelen of opa en oma inschakelen. Scholen moeten daarom tijdig en herhaald communiceren over die data, zodat ouders weten waar ze aan toe zijn.
Het wordt anders wanneer diezelfde zucht verandert in het verwijt dat een studiedag nergens voor nodig is. Een studiedag is namelijk geen vrije dag voor leraren. De aard ervan ligt in de naam. Een team wordt niet beter in vijf minuten overleg bij het kopieerapparaat. Professionalisering vraagt rust, aandacht en gezamenlijke focus.
Mijn onderwijsvriend Bertus Meijer stelde na elke studiedag een eenvoudige vraag aan het team: “Was het de moeite waard om 250 leerlingen een dag thuis te houden?” Een studiedag moet inhoudelijk iets opleveren. Voor het team, maar uiteindelijk vooral voor de leerlingen.
Studiedagen zijn bedoeld voor een verdiepingsslag, niet voor achterstallige administratie. Als daar toch een studiedag voor nodig is, dan moet een school kijken naar de dagelijkse praktijk. Naar registratiedruk, vergadercultuur en alles wat tijd opeist zonder het onderwijs beter te maken.
Een goede studiedag gaat over de kern van het vak en het versterken van vakmanschap. Bijvoorbeeld over betere instructie, pedagogisch handelen of het bijspijkeren van vakinhoudelijke kennis. Een team maakt afspraken en leert dezelfde taal spreken. De opbrengst moet daarna snel in de klas zichtbaar worden. Een school die beter wil worden, moet samen leren.
Het is daarna aan de school om zichtbaar te maken wat zo’n dag oplevert. Vertel ouders bijvoorbeeld dat er gewerkt is aan nog beter rekenonderwijs, aan het herkennen van onderpresteerders of aan duidelijke afspraken over gedrag in de klas. Dan blijft “alweer een studiedag?” misschien nog steeds een opvangpuzzel, maar weten ouders wel waarvoor die puzzel wordt gelegd.
Daniël Ponsen, danielponsen.nl








