
Je hoort erbij
Column IngezondenDe bijna voorbije meimaand was weer op haar mooist. Het frisse groen. De bloemenpracht. Het nieuwe leven. Overal zag en zie je jonge eendjes, fuutjes, meerkoetjes en nog veel meer. Zoals Nijlgansjes.
De Nijlganzen kwamen ook dit jaar weer als eersten op de proppen met hun ‘pullen’. Je hoort en ziet deze luidruchtige vogels veel. Let er maar eens op: een wat kleinere gans met een roodbruine bovenkant en beige buik. In vlucht zie je goed de zwart-witte vleugels. En hij heeft een bruine ‘zonnebril’ op. Zij ook trouwens.
De naam zegt het al. De Nijlgans is oorspronkelijk een buitenlander. Hij komt uit Afrika. Pas sinds het einde van de jaren ’60 leven ze hier in het wild. Daarvoor werden ze als siervogels in gevangenschap gehouden. Er zijn meer exoten. Zoals de halsbandparkiet, die in fel groen door onze straten scheert. Ook al zo’n schreeuwer. En de zacht koerende Turkse tortel, die hier sinds de jaren ’50 is ingeburgerd.
Nijlganzen hebben twee legsels per jaar. Dat betekent dat de populatie de laatste jaren snel groeit. Ik zag deze week tien jongen van de eerste leg, die al bijna net zo groot waren als hun ouders.
Tot dusver zijn er geen aanwijzingen dat hun toename de Nederlandse natuur schaadt. Toch protesteert een deel van de vogels. Want Nijlganzen pikken wel eens nesten in van andere boombroeders, zoals reigers, ooievaars en kraaien.
Vogels zijn soms net mensen en mensen zijn soms vreemde vogels. Het kan er wel eens om spannen bij gelijke belangen.
Maar zitten we elkaar echt in de weg? Waarom niet vreedzaam met elkaar bestaan? De vreemdeling hoort erbij. Al meer dan veertig jaar geleden zong Frank Boeijen: ‘Denk niet wit, denk niet zwart, denk niet zwart-wit, maar in de kleur van je hart’. Ik pleit voor een kinderpardon voor Nijlgansspullen.
Hans Meijer
predikant Dorpskerk




