Logo voorschotensekrant.nl
Foto's: VSK
Regio nieuws

Voorschotense Veteranen: ‘Oorlog vreet!’

Zo’n 20 veteranen kwamen vrijdagochtend naar het Bondsgebouw om te praten met, te luisteren naar elkaar en voor de blauwe hap. Het was de Voorschotense Veteranendag. Vooral Oekraïne kwam in de gesprekken naar voren. ‘Wij weten wat deze mensen doormaken, militairen en inwoners. Als je die beelden ziet komt er ook bij ons veel terug, verhalen maar ook emoties. Oorlog vreet, je hele leven lang.’

In haar toespraak ging ook burgemeester Stemerdink in op de oorlog in Oekraïne. ‘Weer oorlog in Europa en de grootste vluchtelingenstroom sinds de Tweede Wereldoorlog.’ Maar ze wees ook op de excuses van premier Rutte aan Dutchbat III voor Srebrenica. ‘Veel te laat maar het is er!’

De burgemeester komt uit een defensie-gezin. Oom Bram Stemerdink studeerde af aan de KMA maar moest zijn carrière beëindigen na een ongeval. Later werd hij minister van Defensie. Haar vader zat bij de politie. ‘Defensie zit in het gezin, een voorbeeld wil ik met u delen. Wij gingen altijd samen met de familie van Oom Bram op vakantie. In de dienstauto, dat zou nu niet meer kunnen. Ons gezin logeerde de dag voor vertrek bij Oom Bram. De afspraak was om 03.00 vertrekken. Om 02.00 uur werden we gewekt door accordeonmuziek van oom en vader. Niet zo leuk. Om 7 minuten voor 3 zaten we allemaal in de auto maar we reden niet weg want de afspraak was 03.00 uur! Om 1 minuut voor drie zei mijn oom: ‘start de motoren’ en exact om 3.00 uur vertrokken we. Dat was de afspraak en daar werd aan vastgehouden!’

Voor de 95-jarige Joop van Grol is Veteranendag een must. Hij zat in Indonesië tijdens de politionele actie. ‘Na vijf weken opleiding werden we ingescheept op de Nieuw-Holland, een boot van de Koninklijke Nederlandse Pakketmaatschappij KNP, naar Jakarta. Je wist niet wanneer je terug zou komen. Het werd uiteindelijk drie jaar! Ik zat op het hoofdkantoor en heb geen actie gezien maar ik hoorde er wel van, die dreiging was er altijd.’ 

Ook de 84-jarige Jan van den Goorbergh was in Indonesië. Hij ging wel op patrouille. ‘En heb er ook kameraden verloren. Dat vergeet je nooit meer.’ De kameraadschap onderling was groot, volgens beide mannen. ‘Dat vind je bij alle militaire inzetten van elke leeftijd.’

Dat die kameraadschap veel betekent blijkt wel uit het feit dat Van den Goorbergh na jarenlang vechten, het voor elkaar kreeg dat de Voorschotense gesneuvelden op de Javazee een plek op het herdenkingsmonument kregen. ‘Zij horen er bij!’

52-jarige Ton van der Born zat in Bosnië-Hercegovina. ‘Ik was loodgieter en ging als dienstplichtige mee met het eerste Nederlands Belgische Transport in 1992. Toen ik kwam stonden er alleen een paar tenten en wij hebben er een heel kamp van gemaakt. De barakken werden in bouwpakketten aangeleverd dus zo moeilijk was het niet.’ Actie heeft ook hij gelukkig niet gezien. ‘Ja wat intimidaties maar meer niet. De kameraadschap onderling is er na al die jaren nog steeds. ‘We waren er dit jaar bij in Wageningen en in Den Haag. 60 Joegoslavië-gangers die daar marcheren en zodra we elkaar zien is die kameraadschap direct weer terug. Soms hoor ik verhalen die ik helemaal vergeten was, of wellicht wel verdrongen heb. Veteranendag blijft voor ons enorm belangrijk want wat je ook gedaan hebt, je heb je wel ingezet voor je land.’

76-jarige Jan van Leeuwen was ook in Bosnië-Hercegovina, als elektrotechnicus. ‘Maar later, eind jaren negentig, toen de oorlog voorbij was. Ik ben drie keer uitgezonden voor SFOR, en wij kwamen helpen bij de heropbouw. De totale vernietiging ik nu op televisie zie in Oekraïne, zag ik in werkelijkheid in voormalig Joegoslavië. Alles, maar dan ook alles was kapot. Huizen, wegen, ziekenhuizen, maar ook alle leidingen voor water en elektriciteit. Soms waren hele dorpen platgebrand. Die beelden staan nog steeds op mijn netvlies. De onderlinge haat tussen de bevolkingsgroepen was ontzettend groot. Wij hebben een kinderafdeling in een ziekenhuis opgezet zodat de kinderen weer geholpen konden worden. En met de zogenaamde ‘Pronkgelden’ bouwden we huizen voor de inwoners. Het casco werd aangeleverd, wij zetten alleen de ramen op de begane grond er in, er was een keuken, een bad en een potkachel. Jaren later ben ik nog eens terug geweest, alles was eruit gesloopt en de huizen stonden leeg. Ja dat deed pijn.’

Alle vier vinden ze wel dat de huidige militairen beter opvangen worden als ze terugkomen van hun uitzending. ‘Toen ik na drie jaar thuis kwam, stond er een staatssecretaris op de kade. Die zei: dank je wel en dan ging je naar huis waar je moeder tegen je zei: ben je wel op tijd voor het eten. Het was moeilijk weer terug te keren in de maatschappij’, vertelt Joop. En Jan en Ton weten van veel kameraden die na jaren alsnog PTSS kregen. ‘Gewoon omdat niemand praatte, het werd weggestopt maar uiteindelijk moeten de verhalen er toch uit. Het is goed dat defensie dit nu wel beter oppakt, het kan een hoop ellende voorkomen in latere jaren.’

En dan is het tijd voor de blauwe hap en de burgemeester prikt een vorkje mee. ‘Een leuke bijkomstigheid die blauwe hap’, zeggen de vier. ‘Maar we komen voor elkaar. Om te praten en ervaringen uit te wisselen want dat kun je alleen bij elkaar!’

Meer berichten